Vakantie/holiday Moraira februari 2010

 

Voorbereiding

Na het plaatsen van de Pegsonde hadden Gerdie en ik behoefte aan wat afleiding. En wat is er dan beter dan het voorbereiden van een vakantie naar Spanje. Ons plan was om in mei op vakantie te gaan, maar na wat gesurf stuitten we op een hele mooie villa aan de Costa Blanca. Nou is dat niet direct onze favoriete streek in Spanje, maar die villa was zo mooi en zo goed aangepast voor mij, dat we besloten om het verder uit te zoeken. Toen bleek dat er alleen nog plek was in februari, maar dat was dan wel weer goedkoper. Ook viel het samen met de voorjaarsvakantie van Ron en Jes en de jongens. En dat bracht ons op het idee mijn hele familie uit te nodigen. Jaap en Marian en Simone en Nick een week en Ron en Jes een week. Met een overlap in het midden van de week. En de laatste week konden Esther en Rob en hun jongens dan ook nog langs komen. En daar bleef het niet bij, want toen we de thuiszorg vroegen of zij tegen kost en inwoning ook meewilden, reageerden zij heel positief. …

Veel ruimte
Door de uitbreiding van mijn rolstoel met kinbesturing werd het erg krap in de Renault Kangoo. Dus na een telefoontje naar Hans van B&S, konden we naar Hoorn om een grotere auto te passen. De VW Transporter, een auto met dierbare herinneringen, bleek te laag. De Mercedes was te duur en na wijs beraad is Hans op zoek gegaan naar een Citroen Jumper. Hij moest van ons een pittige motor hebben en hij mocht niet wit zijn. Een dag later kregen we een offerte voor een zwarte Citroen Jumper met een 3-liter dieselmotor en sidebars (van die glimmende rvs-stangen  aan de zijkant). Compleet met lift en een derde stoel.

Zoals gewoonlijk zou hij vlak voor de vakantie klaar zijn… Met de nieuwe auto kwam er ook een extra plaats voor een passagier bij. Dit leverde het volgende op: Op de heenweg reden Garmt, bekend van Torres, en Henning, thuiszorg en timmerman, mee. Op de terugweg waren dat Jeanet, thuiszorg en verpleegster, en Sjoerd, timmerman. Tussendoor kwam Greg, thuiszorg, naar Spanje gevlogen. Ook Anne Marie, buurvrouw, kwam nog een weekje langs. Kortom een huis vol, maar met zes slaapkamers, vijf badkamers en een spreadsheet, zou het allemaal wel lukken. Charlotte, die helaas deze keer niet mee kon, zorgde voor de drie overnachtingen onderweg.

 

De heenreis

Zoals gewoonlijk wilden we om elf uur vertrekken. Dat werd, zoals gewoonlijk, een uur of één.  Het gaf  Garmt en Henning de tijd om nog twee extra speakers achter in de bus te monteren. De handbewogen rolstoel kon tegen de rechter zijwand vastgemaakt worden. De rest van de bagage moest er na mij in. Wat een genot om zo veel ruimte te hebben. Als de bus leeg is kan ik achterin om mijn as draaien en er zodoende vooruit uit rijden.

Anton Pieck met auto
Het werd een witte reis, maar omdat we zo laat vertrokken waren de files inmiddels opgelost. Het was genieten van mijn riante uitzicht over de besneeuwde landschappen. Om klokslag negen uur kwamen we bij Le Cheval Blanc in Yvoi le Marron aan. Nabij Vierzon. Twee mooie kamers met een tussendeur zodat Henning kon helpen met douchen en aankleden. Het diner was officieel tot negen uur, maar we mochten nog wel aanschuiven voor een copieus maal, vergezeld met Kir Royal en een overheerlijke rode wijn. Het was een mooie combinatie voor een goede nachtrust.  De volgende ochtend stonden we een uur te vroeg op omdat mijn mobiel nog op zomertijd stond. Dat extra uur bleek aardig van pas te komen daar het weer flink gesneeuwd had die nacht. Met een buik vol franse croissantjes, spiegeleieren en vieze franse koffie reden we door een sprookjesachtige witte omgeving richting het zuiden. Van de hele peage was één baan sneeuwvrij gemaakt. In tegenstelling tot de Nederlanders blijven de Fransen op zo’n dag thuis. De snelweg was relatief leeg, maar wel erg glad. De brug van Milau (bekend van National Georaphic’s megastructures) was helaas door overvloedige sneeuwval nauwelijks te zien, maar gelukkig konden we er wel over heen. De sneeuw bleef ons achtervolgen tot op vijftig kilometer van de Middellandse zee. De sneeuw verdween en er bleef een ijzige wind over. Vrieskou in Zuid Frankrijk
In Pezenas, de volgende overnachting in Hotel le Saint Germain, waren ze niet berekend op die kou. De hotelkamer was voor mijn begrippen wat aan de koude kant en zeker niet warm genoeg om te douchen. Tel daar een slechte maaltijd bij op en Charlotte kon op zoek naar een nieuw overnachtingsadres voor de terugweg. De kou en de wind hielden aan tot Barcelona.  Op de snelweg door Barcelona hoorden wij plotseling een harde klap op de zijwand van de bus. Meteen daarna reed er voor ons een Seat met een dame die ons uit het raam hangend gebaarde dat we naar de zijkant moesten. Wij wisten echter dat dit een truc was om mensen te overvallen. Dus schoven we een baan naar links en drukte Garmt het gaspedaal wat dieper in. De schade bleef beperkt tot een klein butsje in de zijkant van de bus. Gerdies afkeer jegens Catelanen is nu nog groter dan het al was. Aan het einde van de middag kwamen we aan in El Morell, bij hotel La Grava. Zon en sigaret
Een heel mooi en luxe hotel en we konden zowaar buiten in het zonnetje zitten. Na een wandelingetje door het dorp hebben we nog lekker wat gedronken in een café op de hoek. Na ons opgefrist te hebben zijn we heerlijk wezen eten in het restaurant van het hotel. Een chique geheel met sterrenwaardig eten. Na een ontbijt in datzelfde restaurant, we konden zelfs wijn bij het ontbijt bestellen, zijn we verder zuidwaarts getrokken. Vele sinaasappelbomen verder kwamen we aan in Moraira en de regen.

 

Moraira

Zo’n luxe huis hadden we nog nooit gehad. Een elektrisch schuifhek gaf toegang tot een carpoort onder het huis. Links van de carpoort was de entree tot het souterrain met een speelruimte (een tafeltennistafel en een tafelvoetbalspel), twee tweepersoonsslaapkamers, een badkamer en een groot washok. Rechts van de afrit naar de carpoort was een oprit naar het terras bij de voordeur. Achter de voordeur was een gang met daaraan een toilet en  twee slaapkamers met douche. Aan het einde van de gang kwam je linksaf in de keuken terecht. Zeer ruim en goed geoutilleerd met achterin een grote eettafel aan de glazen schuifpui. Grenzend aan de semi-open keuken was de woonkamer met eveneens een glazen pui. In de verre hoek van de woonkamer waren twee deuren die toegang verschaften tot twee slaapkamers, waarvan één met een hoog-laagbed met traagschuimmatras. Beide kamers stonden in verbinding met elkaar via de geheel aangepaste badkamer. Via de schuifpui kwam je op het grote terras  met zwembad van waaruit je ofwel naar het kleine terras ofwel via het trappetje naar het schuifhek kon komen.

De villa
De werking van alle voorhande apparatuur werd ons uitgelegd door Ron, de beheerder van deze villa. Een vriendelijke man die we altijd mochten bellen als er iets aan de hand zou zijn. Hij kon ons ook de supermarkt aanwijzen waar we de nodige boodschappen konden doen. De Mas y Mas lag aan de andere kant van het wijnveldje waar we op uitkeken. Het bleek een zeer op overwinteraars ingestelde supermarkt met dingen als nederlands brood, ontbijtkoek, gestampte muisjes, pindakaas en ga zo maar door. Niet aan ons besteed maar gelukkig waren er genoeg Spaanse producten te krijgen. Dus even later zaten we heerlijk aan de borrel met chorizo, manchego, wijn en sherry. En het enige wat nog ontbrak was de zon.

Dinsdag brachten Garmt en ik Henning naar Alicante en pikten Greg daar op. Hij was net als Henning zeer te spreken over zijn kamer met uitzicht over het zwembad. De volgende dag werd het nog wat drukker, maar Jaap en Marian en Simone en Nick hoefden we niet op te halen daar zij een auto huurden die Ron en Jes dan later weer terug zouden brengen.

We genoten van de schaarse zon en Simone waagde zich aan het zwembad waarvan de verwarming het niet deed. J&M en S&N gingen nog een dagje naar Valencia en dropten onderweg Garmt op het vliegveld aldaar. Zaterdag kwamen Ron en Jes en de kinderen. Nu begon het echt druk te worden, zeker omdat we door het weer gedwongen werden veel binnen te zitten. We hadden echter een enorme tv met zo’n 300 kanalen, waaronder alle nederlandse. Dus zagen we Sven Kramer de verkeerde baan kiezen en het kabinet vallen. In principe was er voldoende ruimte, maar de woonkamer en keuken waren zo hoog dat er een hinderlijke galm ontstond als iedereen er was. Gelukkig hadden we beneden nog de pingpongtafel en een tafelvoetbalspel. Maandag hebben we taartjes gehaald bij de Pepe La Sal, een Engels georiënteerde supermarkt met een immens sherry aanbod, voor Jessica’s verjaardag. Woensdag heeft Ron J&M&S&N weer naar Valencia gebracht. Donderdag haalden Gerdie en ik Anne Marie op van Valencia. Op de terugweg bleken we een storing in het elektrisch systeem van de auto te hebben: de centrale deurvergrendeling werkte niet meer en, lastiger, de elektrische ramen wilden niet meer naar beneden. Vooral bij de tolweg leverde dat problemen op. Vrijdag hebben we de wekelijkse markt in Moraira bezocht. Een behoorlijk grote markt met een hoog rolstoelgehalte. Je struikelde over de overwinteraars en Ron kwam nog een leerling van hem tegen, die haar schoolvakantie daar doorbracht, want die waren ook begonnen. Zaterdag ging de familie Visser weer naar huis en werd hun plaats ingenomen door de familie Steijger. Familie werd schoonfamilie en pubers werden peuters. We hadden inmiddels een Citroën garage gevonden in een naburig dorp. Ze constateerden dat er een schroef door de bedrading heen was gedraaid bij het monteren van de nieuwe vloer. Na een uurtje pielen was het euvel verholpen voor een luttel bedrag.

Valencia
De donderdag voor het vertrek ben ik met de inmiddels ingevlogen Sjoerd en Jeannet naar Valencia gegaan. Nadat we de auto op een invalideplek in de buurt van de markt hadden gezet, zijn we eerst de markt gaan bekijken. Ik was daar ooit met Gerdie geweest, maar in mijn herinnering was die veel mooier. Nadat we een paar uur door Valencia waren gestruind en vooral door de droge rivierbedding, die helemaal vol is gebouwd door Calatrava ( werkelijk heel mooi), zou blijken waarom de markt in mijn herinnering veel mooier was. We hadden namelijk de verkeerde markt bezocht. Toen we bij de juiste markt aankwamen bleek die gesloten en hadden wij een probleem. Niet zozeer dat de markt gesloten was, maar bij welke markt hadden wij onze auto dan geparkeerd? Er bleken vier verschillende markten te zijn en je raadt het al: de vierde bleek de juiste. Gelukkig was het mooi weer en Valencia een leuke stad om door heen te lopen. Bij thuiskomst bleek mijn accu nagenoeg leeg. Normaliter doe ik daar zo’n drie dagen over.  De volgende dag hebben we nog wat voorraden ingekocht voor thuis in de provisiekast. Fijn om weer met een bus op vakantie te kunnen.

 

De terugreis

Aangezien Hotel La Grava vol was en het hotel in Pezenas slecht bevallen was, had Charlotte vanuit Nederland twee nieuwe hotels gereserveerd. De eerste was nabij Barcelona en het bleek een slecht hotel. Het bijbehorende restaurant was gesloten en de kamer zeer klein en pas na een herschikking van de meubels toegankelijk. De lift kon ik alleen met Jeannet gebruiken want zowel Gerdie als Sjoerd waren te zwaar. Of zou het aan het gewicht van mij en mijn rolstoel gelegen hebben; laten we het daar maar op houden. ’s Avonds in de vrieskou hebben we wel een leuk restaurantje weten te vinden. De volgende dag vanzelfsprekend een slecht ontbijt en geen douche. Als wraak hebben we een paar bananen op de kast laten liggen. Op naar Frankrijk, naar Hotel La Charmille in Padirac, een plaatsje in de Bergerac. Daar werden we ontvangen door meneer de Grijze. Het was nog steeds koud, maar we konden bij een knapperend haardvuur genieten van een glaasje sherry met lekkere hapjes. Later op de avond hebben we genoten van een heerlijk avondmaal en dito wijn. Douchepret met Jeannet
Toen we de volgende dag de gordijnen open deden konden we opnieuw “genieten” van een Frans winterlandschap. Na een lekker ontbijt kon ik ternauwernood  het oprijplankje oprijden om het terrein af te komen. Onze eerste zorg was nu om een tankstation te vinden, want de dag tevoren (zondag) waren alle stations gesloten. Een kilometer voor de benzinepomp, midden in de hoofdstraat van een Frans provinciedorp, stonden we stil. Hebben we een tank van 70 liter, staan we nog stil! Nadat we de auto aan de kant hadden geduwd, zijn Sjoerd en Gerdie op zoek gegaan naar een tankstation. Dat vonden ze vrij snel, maar bleek onbemand. Gelukkig was er aan de overkant een doe het zelf zaak waar ze jerrycans verkochten. Daarmee en met de creditcard zoefden we een half uur later over de Autoroute naar een volgende verrassing. Bij Auberge du Centre in Chitenay waren ze aan het verbouwen en hadden ze voor het gemak de aangepaste kamer in gebruik genomen als opslag. Ze hadden nog wel andere kamers, maar allemaal met een op- of afstapje. Met duizenden excuses en twee flessen wijn werden we naar een ander hotel in een nabijgelegen gehucht gestuurd. Daar hadden we een zeer riante kamer met tweepersoonsbedden en nog een kamertje boven. Daar mocht Sjoerd slapen, want die snurkt. Voor het avondeten hadden we de keuze uit twee restaurants, allebei toegankelijk met een rolstoel, maar één onbereikbaar door een enorme stoeprand. Dat maakte de keuze eenvoudiger. De volgende avond aten we weer thuis en maakten we alweer plannen voor de volgende vakantie.

Moraira holiday – February 2010

Preparations

Following the placing of the PEB probe, Gerdie and I felt the need for some diversion. And what is more diverting than preparing a Spanish holiday? We originally planned to go holidaying in May, but after some web surfing we hit upon a very pretty villa on the Costa Blanca. Now this isn’t exactly our favourite Spanish region, but the villa was so beautiful and so excellently geared to my needs that we decided to explore it further. Then we found out it only had a vacancy in February, but then again that was cheaper. It also coincided with Ron and Jes and the boys’ spring holiday. This led us to the idea of inviting my entire family: Jaap, Marian and Simone and Nick for one week and Ron and Jes for another week, with an overlap in the middle of the week. And in the final week, Esther and Rob and their boys could drop by, too. And that wasn’t all, because when we asked the home care workers whether they’d like to join us for food and board, their response was very positive…

Due to my wheelchair’s added chin control feature, things had been getting rather cramped in the Renault Kangoo. So after a phone call to Hans of B&S, we set off to Hoorn to try on a bigger car. The VW Transporter, a car with dear memories, proved too low. The Mercedes was too expensive and after wise deliberation Hans went in search of a Citroen Jumper. We wanted one with a sturdy engine and that wasn’t white. The next day we received a quotation for a black Citroen Jumper with a 3-litre diesel engine and sidebars (you know, those gleaming stainless steel bars). It included an elevator and a third seat.

As customary, the car was to be ready just before the holiday… The new car came with an extra passenger seat. This led to the following constellation: Garmt – you’ll remember him from Torres – and home care worker and carpenter Henning accompanied us on the way there. On the way back our travelling companions would be home care worker and nurse Jeanet and carpenter Sjoerd. And halfway through, home care worker Greg would fly out to Spain. On top of this, our neighbour Anne Marie would join us for a week. In short: we’d have a full house, but with six bedrooms, five bathrooms and a spreadsheet, everything would work out just fine. Charlotte, who unfortunately couldn’t join us this time around, made three hotel reservations for overnight stops during the trip.

 Outward bound

Traditionally, we wanted to leave at 11 a.m. And just as traditionally we finally left around one o’clock. This gave Garmt and Henning time to install two extra loudspeakers in the back of the van. The hand-driven wheelchair could be strapped to the right side. The remainder of the luggage had to be put in after me. What a joy to have so much space. When the van is empty I can even make a full turn in the back and drive out forwards. Autoroute

It turned out to be a white trip, but because we left so late all traffic jams had already dissolved. We thoroughly enjoyed an extensive view of the snow-covered landscapes. On the beat of nine we arrived at Le Cheval Blanc in Yvoi le Marron, near Vierzon. Two nice rooms with a connecting door that enabled Henning to help with showering and getting dressed. Dinner was officially served until nine, but we were allowed to tuck in for a copious meal, accompanied by kir royal and a delicious red wine. It was a solid combination for a good night’s rest. The next morning we rose one hour early because my cell phone still was on daylight saving time. However, the bonus hour proved quite useful, as a fair amount of snow had fallen that night. With our bellies full of French croissants, eggs sunny side up and dreary French coffee we drove to the South through a fairy-tale white landscape. Only one lane of the entire péage had been cleared of snow. Unlike the Dutch, French people stay at home on days like these. The motorway was relatively empty, but quite slippery. Unfortunately, due to the abundant snowfall the Milau bridge (featured in National Geographic’s Megastructures series) was barely visible, but fortunately we were able to cross it. The snow continued to pursue us until fifty kilometres from the Mediterranean. When the snow disappeared, an icy wind remained.

Our next stop was in Pezenas, in Hotel le Saint Germain, which was poorly prepared for such cold. According to my standards the hotel room was a bit on the cold side and certainly not warm enough to shower. Add to this the poor meal and Charlotte was asked to go in search of new accommodation for our return trip. The cold and the wind persisted until Barcelona. On the motorway through Barcelona we suddenly heard a loud bang on the van’s side. Immediately after there appeared a Seat in front of us, with a lady hanging from the window gesturing that we had to pull over. However, we knew this was a trick for stick-ups. So we moved up a lane to the left instead, while Garmt stepped on the gas. The damage was limited to a minor dent in the van’s side. The incident caused Gerdie’s dislike of Catalans to rise to new heights. Late in the afternoon we arrived in El Morell, at hotel La Grava. Onderweg

 It was a very pretty and luxurious hotel where we could actually sit outdoors in the sun. After a stroll through the village we enjoyed some drinks in a café on the corner. After refreshing ourselves, we had a lovely dinner in the hotel restaurant, a fancy place that serves star-worthy food. Following breakfast in the same restaurant – we had the option to order wine for breakfast – we continued our southward trek. Many orange trees down the road we arrived in Moraira and the rain.

 Moraira

We’d never had such a luxurious house. An electric sliding gate gave access to a carport below the house. To the left of the carport was the entrance to the basement with a game room (a ping-pong table and a table football table), two double bedrooms, a bathroom and a big utility room. To the right of the drive to the carport was a lane to the terrace by the front door. Through the front door you entered a hallway with an adjacent toilet and two en suite bedrooms. At the end of the hall, on your left was the kitchen. It was very spacious and amply equipped, and in the back it had a big dining table by the sliding French window. Adjacent to the semi-open kitchen was the living room that also had a sliding French window. In the far corner of the living room were two doors that gave access to two bedrooms, one of which had a high-low bed with a slow foam mattress. A fully disabled friendly bathroom connected the two rooms. Through the sliding French window you reached the big terrace and the pool, and from there you could go to either the small terrace or down the steps to the sliding gate. Ruim huis

 Ron, the villa’s manager, explained the operation of the various appliances on hand. He was a friendly guy and we could ring him whenever there was a problem. He also provided directions to the supermarket where we could get the needed groceries. The Mas y Mas was across the little vineyard that was our view from the house. It turned out to be a very hibernator-friendly supermarket with merchandise like Dutch bread, Dutch breakfast gingerbread, blue sprinkles, peanut butter et cetera. Not our cup of tea, but fortunately there was enough Spanish produce on the racks, too. So before long we were enjoying cocktails with chorizo, manchego,wine and sherry. The one thing we missed was the sun.

 On Tuesday, Garmt and I drove Henning to Alicante and collected Greg there. Like Henning, he was mighty pleased with his room with a view on the pool. The next day things got even busier. We didn’t need to go and pick up Jaap and Marian and Simone and Nick, because they had rented a car that Ron and Jes would return in due time. Zwembad afdekken

 We basked in the scarce sunlight and Simone courageously dove into the unheated swimming pool. J&M and S&N mad a day trip tot Valencia and dropped off Garmt at the airport there. Ron, Jes and the kids arrived on Saturday. Now things were getting seriously busy, especially because the weather often forced us to stay indoors. However, we had a huge telly with some three hundred channels, including all Dutch ones. So we witnessed Sven Kramer taking the wrong track and the collapse of the Dutch cabinet. In principle there was enough space, but the living room and kitchen ceilings were so high that they caused an annoying reverb when everybody was gathered. Fortunately we had a ping-pong table and a table football game downstairs. On Monday we bought cakes at the Pepe La Sal, an English-oriented supermarket with a gigantic sherry supply, for Jessica’s birthday. On Wednesday, Ron drove J&M&S&N back to Valencia. On Thursday Gerdie and I collected Anne Marie in Valencia. Op the way back we discovered there was a storing in the car’s electrical system: the central door lock no longer worked and – more irksome – the electric windows refused to go down any longer. Especially on the toll road this created problems. On Friday we visited the weekly market in Moraira, a pretty big market with a high wheelchair incidence. You’re always bumping into hibernators and Ron met a school pupil of his, who was spending her school holiday there, for that had also started. On Saturday the Visser family returned home and was replaced by the Steijger family. Relatives turned into in-laws and teenagers morphed into toddlers. In the mean time we had found a Citroen garage in a nearby village. There it was discovered that a screw had gone through the wiring when the new floor was fitted. After an hour’s fiddling the problem was remedied for a modest fee.

 The Thursday before departure I visited Valencia with Sjoerd, who had been flown in, and Jeannet. After parking the car in a disabled parking space near the market, we started to explore the market. I had been there before with Gerdie, but I recalled it being much prettier. After we had sauntered around Valencia for a few hours, especially through the dried riverbed, which has been completely filled with buildings by Calatrava (truly very beautiful), it became evident why the market was so much prettier in my recollection: we had visited the wrong one. By the time we reached the right market, it had closed for the day and we had a problem. Not so much that this market had closed, but where the hell was the market where we’d parked our car? There turned out to be four different markets and as you’ve guessed the fourth one proved to be the right one. Fortunately the weather was nice and Valencia is a pleasant town to walk around in. Back home my battery was almost empty. Normally it takes me some three days to achieve that. The next day we purchased some more supplies for the pantry back home. It’s wonderful to make holiday trips with a bus once again. Ruime douche

 Homeward bound

As Hotel La Grava was booked up and the Pezenas hotel had been such a bad experience, Charlotte had booked two new hotels for us from the Netherlands. The first one was near Barcelona and turned out to be a lousy hotel. Its restaurant was closed, while the room was tiny and only accessible after rearranging the furniture. Only Jeannet could join me in the elevator, because both Gerdie and Sjoerd were too heavy. (Or maybe it was due to the combined weight of my wheelchair and me. Let’s keep it at that.) At night we did manage to find a nice little restaurant in the freezing cold. The next day we naturally enjoyed a poor breakfast and no shower. By way of revenge we left a few bananas on the top of the cupboard. Onwards to France, to Hotel La Charmille in Padirac, a village in the Bergerac. Monsieur De Grijze welcomed us there. The weather continued to be chilly, but we were treated to a glass of sherry and tasty snacks by a crackling fire. Later that night we enjoyed a delicious dinner and ditto wine.

Alweer sneeuw
 When we opened the curtains the next day we once again ‘enjoyed’ a French winter landscape. After a tasty breakfast I was barely able to drive up the ramp to get off the grounds. Our first concern now was to find a gas station, because the day before (Sunday) all stations had been closed. One kilometre before the gas pump, in the middle of a main street of a French provincial village, the car ground to a halt. In spite of our 70-litre tank we were stranded! After pushing the car to the side of the road, Sjoerd and Gerdie went in search of a gas station. They quickly found one, but it turned out to be unmanned. Fortunately there was a DIY shop across the road that sold jerry cans. With the help of these and the credit card we were whizzing across the autoroute  half an hour later, on the way to our next surprise.

 Auberge du Centre in Chitenay was undergoing reconstruction and conveniently had decided to use the disabled friendly room as a storage space. They did have other rooms, but all of them had steps. With a thousand apologies and two bottles of wine we were sent to another hotel in a nearby hamlet. There we had a very spacious room with double beds and an additional small upstairs room. That one was allocated to Sjoerd, because he snores. For dinner we could choose from two restaurants, both wheelchair-accessible, but one unattainable due to an enormous kerb. That simplified our choice. The following night we dined back home and were busy making plans for our next holiday.

 

 

januari 20, 2011
By on 15:51
Handige hulpmiddelen 7 / Handy gizmos 7

<!– /* Font Definitions */@font-face {font-family:"Times New Roman"; panose-1:0 2 2 6 3 5 4 5 2 3; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:auto; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:50331648 0 0 0 1 0;} /* Style Definitions */p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-parent:""; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:"Times New Roman";}table.MsoNormalTable {mso-style-parent:""; font-size:10.0pt; font-family:"Times New Roman";}@page Section1 {size:612.0pt 792.0pt; margin:72.0pt 90.0pt 72.0pt 90.0pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–>

De Pegsonde

Twee weken nadatwe terug waren uit Torres hadden wij een afspraak staan voor het plaatsen vande Peg (Percutane Endoscopische Gastrostomie). Dat zijn een hoop moeilijkewoorden voor een slangetje uit je maag waardoor je vocht en vloeibaar voedseldirect in je maag kunt spuiten. Deze ingreep was niet zo zeer nodig omdat ikniet zou kunnen eten, maar meer omdat je voor de plaatsing een behoorlijkelongfunctie nodig hebt. En hoewel ik geen problemen met ademhaling endergelijke heb, was nu toch wel het moment aangebroken om de sonde zonder al teveel problemen te plaatsen. Het was eigenlijk een preventieve ingreep.

Om het geheel zosoepel mogelijk te laten verlopen moest ik twee nachten in het ziekenhuis (AMC)blijven. Daar ik erg hulpbehoevend ben, zeker in zo’n vreemde omgeving, mochtGerdie ook mee. Dinsdagmiddag konden wij terecht en vanaf die avond 12 uurmocht ik niks meer eten. Woensdag om 12 uur ’s middags zou ik geholpen worden,maar helaas was de dokter nog niet aanwezig waardoor ik met bed en al weer drieetages hoger naar mijn afdeling terug kon. Om 2 uur zou het wel kunnen, maar omhalf 2 kregen we te horen dat het 4 uur zou worden. Toen ging het daadwerkelijkdoor en kreeg ik een 10mm dikke slang via mijn slokdarm mijn maag ingeduwd.Vanwege mijn aandoening kon dit niet met narcose.

Door het lichtuit te doen werd het mogelijk om het lampje in mijn buik te zien en zo exacthet juiste punt te bepalen waar het gaatje moest komen. Door het gaatje werdeen touwtje met daaraan een slangetje met parapluplug aan het uiteinde,getrokken. De grote slang kon er weer uit en het kleine slangetje blijftvoorgoed uit mijn buik hangen. Het geheel nam nog geen 10 minuten in beslag. Enom 5 uur lag ik alweer op mijn kamer met een knorrende maag. Maar ik zou pas devolgende ochtend weer iets mogen eten. Gelukkig kreeg ik een dusdanigehoeveelheid pijnstillers dat ik erg lekker sliep. De dokter stond de volgendeochtend om 6 uur aan mijn bed en was zeer tevreden over haar werk. Na een lichtontbijt en nog een uitgebreide instructie over het onderhoud van de sonde,mochten we naar huis. In de hal van het AMC begaf mijn rolstoelbesturing het:ik draaide rondjes zonder iets te doen. Gelukkig is het ruim daar. Met dejoystick achterop zijn we bij de auto gekomen. Thuis deed de handbesturing hetweer.

Ik heb nog eenweek last gehad van pijnlijke buikkrampen na het eten, maar nu is de pegsondeopgenomen in de dagelijkse routine. Om 5 uur of half zes het gaatjeschoonmaken, het slangetje heen en weer bewegen en doorspuiten met lauwwarmwater. Voor drank of voedinggebruik ik hem niet, want gelukkig eet ik en drink ik, en bovenal proef ik, nogalles met mijn mond. De pegsonde is verworden tot een zogenaamd onhandig hulpmiddel.

SchoonmakenSpoelenVastmaken


<!– /* Font Definitions */@font-face {font-family:"Times New Roman"; panose-1:0 2 2 6 3 5 4 5 2 3; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:auto; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:50331648 0 0 0 1 0;} /* Style Definitions */p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-parent:""; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:"Times New Roman";}table.MsoNormalTable {mso-style-parent:""; font-size:10.0pt; font-family:"Times New Roman";}@page Section1 {size:612.0pt 792.0pt; margin:72.0pt 90.0pt 72.0pt 90.0pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–>




The PEGprobe

Two weeksafter our return from Torres we had an appointment for the placing of a PEG orPercutaneous Endoscopic Gastrostomy. That’s quite a bunch of difficult wordsfor a little tube protruding from your belly through which fluid and liquidfood can be pumped directly into your stomach. This procedure wasn’t so muchnecessary because I can no longer eat, but because you need to have a prettygood pulmonary function for this procedure. And although I don’t have anyrespiratory problems, the time had come to install the probe without too muchhassle. It actually was a preventive procedure.

To renderthe proceedings as smooth as possible I needed to spend two nights in hospital(the AMC). Since I need a lot of help, certainly in such unfamiliarsurroundings, Gerdie was allowed to tag along. We were admitted on Tuesdayafternoon and I was told not to eat after midnight. The procedure would takeplace on Wednesday at noon, but unfortunately the doctor didn’t arrive on time,so that my bed and I could make a return trip, three floors up to my ward. Thentwo o’clock was said to be feasible, but at 1.30 we were told that the op waspostponed to four. Then it really happened: a 10mm tube was pushed into mystomach through my gullet. Due to my condition it was impossible to performthis under anaesthetic.

When thelight was switched off it was possible to see the lamp in my belly anddetermine the exact spot where the little hole had to be made. A piece ofstring, with a little tube and an umbrella plug attached to it, was pulledthrough the hole. The big tube was removed, but the little tube will bedangling from my belly forever. The entire operation took up less than tenminutes. By 5 p.m. I had already returned to my room with a rumbling stomach. ButI would only be allowed to eat the morning after. Fortunately I had been givensuch a hefty dose of painkillers that I slept like a baby. The morning after atsix the doctor stood at my bedside, looking very pleased with her work. We weredischarged after enjoying a light breakfast and receiving extensiveinstructions for probe maintenance. In the main hall of the AMC my wheelchaircontrols freaked out: I was spinning in circles without doing anything. It’sjust as well it’s so spacious. We reached the car using the joystick on theback. Back home the manual controls returned to their normal behaviour.

I continuedto suffer from painful stomach cramps following meals for another week, butsince then the PEG probe has become a part of the daily routine. We clean thehole around five or five thirty, by moving the tube back and forth and flushingit with lukewarm water. I don’t use it for drink or food, because fortunately Iam still able to eat and drink, and especially taste everything with my mouth.The PEG probe has turned into a so-called unhandy gizmo.

april 29, 2010
By on 15:13
Handige hulpmiddelen 6/Handy gizmos 6

Kinbesturing.

Sinds oktober2009 beschikt mijn rolstoel over een derde besturingsmogelijkheid. Ik bestuurdehem altijd met mijn linkerhand, maar dan moest wel iemand mijn hand op dejoystick leggen. Achterop derolstoel zit nog een joystick die gebruikt kan worden door iemand die achtermij loopt. Deze laatste manier van sturen gebruik ik helemaal niet. Dat komtpas als ik echt niets meer kan en daar wil ik nog even niet aan denken. En datdoe ik dus ook niet. De nieuwe kinbesturing kan ik helemaal zelf bedienen.Links en rechts van mijn hoofdsteun zijn twee knoppen gemonteerd die ik metmijn hoofd kan indrukken. Als ik de rechterknop ingedrukt houd dan draait ereen stang onder mijn kin. Door opnieuw het knopje in te drukken draait de stangweer weg. Op die stang, die vanachter mijn rugleuning door een motortje wordtaangedreven, zit een joystick waar ik mijn kin op kan leggen. Door met mijnhoofd, en dus ook kin, heen en weer te bewegen kan ik voor en achteruit en naarlinks en rechts. Dat vereist enige oefening, maar daar draai ik mijn hand nietvoor om. Het knopje links van mijn hoofdsteun gebruik ik om in het menu van derolstoel te komen, waarmee ik de instellingen van de stoel kan veranderen.

Binnenshuis isdit ideaal, want ook als er niemand is kan ik heen en weer rijden, even uit dezon of er juist in etcetera. Eenmaal buiten val ik weer terug op de goede oudehandbediening. Met alle hobbels buiten is het bijna onmogelijk om met dekinbesturing te rijden. Maar gelukkig gaat het met de linkerhand nog bestaardig en zeker nu het weer weer wat beter wordt ga ik graag naar buiten.

Een onverwachtbijkomend voordeel is dat ik heerlijk mijn hoofd kan schurken aan debedieningsknoppen en aan de arm zelf. Bovendien bleek het mogelijk om aan diearm ook nog een houder voor mijn asbak te maken. Als ik nu de deur uit ga hoefik alleen de asbak mee te nemen en niet de hele genotsarm.


<!– /* Font Definitions */@font-face {font-family:"Times New Roman"; panose-1:0 2 2 6 3 5 4 5 2 3; mso-font-charset:0; mso-generic-font-family:auto; mso-font-pitch:variable; mso-font-signature:50331648 0 0 0 1 0;} /* Style Definitions */p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal {mso-style-parent:""; margin:0cm; margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:"Times New Roman";}table.MsoNormalTable {mso-style-parent:""; font-size:10.0pt; font-family:"Times New Roman";}@page Section1 {size:612.0pt 792.0pt; margin:72.0pt 90.0pt 72.0pt 90.0pt; mso-header-margin:35.4pt; mso-footer-margin:35.4pt; mso-paper-source:0;}div.Section1 {page:Section1;}–>

Roken_met_de_kinbesturingDe_kinbesturing





Chin control 

In October2009, my wheelchair was fitted out with a third control option. I used to steerit using my left hand, but this required somebody else to place my hand on thejoystick. There is anotherjoystick on the back of the wheelchair that can be used by someone walkingbehind me. I don’t use this last steering option at all. It will only be neededby the time I’m really incapacitated, and I’d rather not think about that justnow. So I won’t. I can operate the new chin control all by myself. There aretwo buttons mounted to the left and right of my head support that I can pressusing my head. If I keep the right button pressed down, a bar swivels under mychin. Re-pressing the button makes the bar turn away again. Attached to thisbar, which is powered by a little motor behind my backrest, is a joystick onwhich I can lay down my chin. By moving my head – and therefore my chin – backand forth, I can move the chair forwards and backwards and left and right. Ittook some practice, but now it’s a breeze. I use the button on the left side ofmy head support to access the wheelchair menu, which I can use to modify thechair’s settings.

Indoorsthis is ideal, because even when I’m quite alone I can ride back and forth, inand out of the sun, etcetera. Once outdoors, I revert to the good old manualcontrols. All the bumps outside render it practically impossible to drive usingchin control. Fortunately the left hand method still works pretty well and nowthat the weather is improving I really enjoy going outside.

Anadditional, unforeseen bonus is that I can scratch my head using the operationbuttons and the arm itself. On top of this, it proved feasible to attach aholder for my ashtray to this arm. So when I leave the house these days I onlyneed to take the ashtray with me, and not the entire pleasure arm.

april 22, 2010
By on 14:43
Vakantie Torres/Holiday in Torres (september 2009)

Voorbereiding

Na het succes vanvorig jaar in Frigiliana begon het begin dit jaar weer te kriebelen. En daar iknog steeds mijn sta-momenten heb weerhield ons niets om wederom een vakantienaar Zuid-Spanje te plannen. Frigiliana was erg Engels, ditmaal wilden we ineen iets Spaansere omgeving onze vakantie vieren. Na een lange zoektocht op hetinternet en wat heen en weer gemail met de eigenaar kwamen we terecht inTorres, in de buurt van Jaen, zo’n honderd kilometer ten Noorden van Granada.Het reisidee was hetzelfde als vorig jaar. Dus één iemand mee op de heenreislangs van tevoren geboekte hotels, dat was net als vorig jaar Charlotte, dieoverigens ook alle hotels heeft geboekt. In Torres zelf kwamen Roy en Ellis (broer en schoonzusvan Gerdie) met hun twee kinderen Wout (4jaar) en Wies (1jaar). Zij bleven deeerste twee weken. Halverwege die twee weken kwam Marcel die tot het einde toezou blijven. Tussendoor kwam Garmt (mijn oude buurjongen uit Haarlem) en bleefeen lang weekend. Garmt zorgde overigens ook voor een opvouwbare en verrijdbaredouchestoel. Tegen het einde kwam Louis, een collega timmerman en klant vanGerdie, en hij zou ons vergezellen op de terugweg. Uit deze opsomming blijktdat wij deze keer niet twee weken, maar wel drie weken vakantie vierden. Teldaar acht dagen reistijd bij op en wij waren voor een maand weg. Heerlijk!

Heenreis

Vorig jaar haddenwij vijf dagen nodig om op plaats van bestemming te komen. Torres ligt ietsgunstiger waardoor we het met vier dagen af konden. Het vertrek stond geplandom elf uur, maar ondanks de hulp van Jeanet, Greg en Henning (thuiszorg) enmijn ouders, vertrokken we uiteindelijk pas om een uur of één. Hôtel au Tempsde la Reine Jeanne in Orthez ( bij Blois) was onze eerste stop. Charlotte hadhaar werk goed gedaan. We hadden een prachtige aangepaste kamer of betergezegd, we hadden ons eigen huisje, een soort omgebouwde schuur, helemaal vooronszelf. Hoewel we laat aankwamen konden we gelukkig nog een salade nuttigen.Het bleek een zeer gevarieerde salade met onder meer paté, vismousse enallerhande groens. Dit alles in de tuin geserveerd met een fles rosé. De vakantie wasbegonnen. Op de tweede dagzouden we tot Biarritz rijden, waar we een Campanille Hotel hadden geboekt.Daar kwam de eerste tegenslag. Ondanks alle telefonische beloftes dat er eendouche zou zijn bleek er alleen een ligbad en de ruimte was dusdanig klein datik er vooruit in moest en achteruit weer uit, of andersom natuurlijk. Éénlichtpuntje was er wel: we hadden een invalide parkeerplaats voor de deur. Volopgekropte woede zijn we maar gaan eten (voornamelijk vlees en wijn). De volgende dag,na een wasbeurt (geen douche) en een flinke scheldkanonnade in het engels vanGerdie tegen de dienstdoende baliemedewerker, vertrokken we heel toepasselijkin een flinke regenbui. Op naar Spanje. De laatsteovernachting hadden we geboekt in Alcala de Henares, een parador in de buurtvan Madrid. Paradors heb je door heel Spanje en zijn doorgaans gevestigd inoude monumentale panden. Wij zaten die nacht in een omgebouwd klooster uit de16e eeuw, dat een maand daarvoor was geopend door Zapatero zelf. Eenvier sterren hotel voorzien van heel veel luxe en lekkernijen. Na een duik vanCharlotte in het zwembad, hebben we op de binnenplaats heerlijk tapas gegetenen wijntjes gedronken. Onze kamerbeschikte over maar liefst drie douches, waarvan één uitermate geschikt voormij en mijn nieuwe douchestoel met verlichting.Luxe_douche_2 Na een vier sterren ontbijtvertrokken wij die ochtend naar Torres. Na een mooie ritkwamen we rond een uur of vier aan in Mancha Real waar we de eigenaars (JuanaMari en Jésus) van ons huis moesten bellen opdat zij ons naar ons onderkomenzouden leiden. Juana Mari en Jésusbleken uiterst vriendelijke Spanjaarden die, hoewel de mail had gezegd dat zeeen beetje engels spraken het helemaal niet deden, maar met Gerdies beperkteSpaans en mijn beperkte uitspraak kwamen we er makkelijk uit. Zij boden ons aanom mee te rijden naar de supermarkt waar we boodschappen zouden kunnen doenwant anders moesten we na aankomst in het huisje meteen weer 18 kilometer terugnaar de supermarkt. Zeer attent dus en helemaal doordat onze boodschappen bijhun in de auto konden. Na een slordige 12 kilometer kwamen we in Torres aan envanaf daar wist de Tomtom niet meer waar we waren. De laatste 5 kilometermoesten we dus goed onthouden wilden wij ooit ons huisje weer vinden.

El Nogal (de Walnotenboom)

Het huisje was,zoals dat hoort, mooier dan op de foto’s. De auto konden we onder een treurwilgaan de kop van het zwembad parkeren. Rechts achter het zwembad stond dewalnotenboom met daaronder een terras dat mooi uitkeek op Torres en de bergenwaardoor het dorp omsloten werd. Rechts van de parkeerplaats lag het huis meteen flink terras. Twee treden leidden naar een klein overdekt terrasje en deentree tot het huis. Gelukkig had Jésus een hellingbaan aangelegd zodat ik ookdoor de voordeur kon. De_rampa_2 Jésus glunderdetoen ik zonder problemen als eerste rolstoeler zijn net gebouwde “rampa”opreed. Je kwam binnen inde woonkamer met grote eettafel en een bar (behoorlijk lelijk). Verder waren erdrie slaapkamers en een badkamer. Naast de bar was de deur naar de garage metpingpongtafel en een trap naar boven met daar nog een slaapkamer. Aan de garagewas nog een badkamer gebouwd waar ik ook in kon. Het huis was niet echt gebouwdvoor invaliden, vooral de deuren waren erg smal, maar gelukkig paste hetallemaal net. We zouden toch voor het grootste gedeelte buiten zitten. Ontbijt_2Zondagavond laatkwamen Roy en Elles met Wout en Wies. De kinderen waren half in slaap toen zeaankwamen, maar wijselijk werd besloten om ze toch maar even wakker te makenzodat ze niet ’s nachts in een wildvreemde omgeving wakker zouden worden. Dathebben we geweten. Want eenmaal wakker kwam er aan de verhalen van Wout geeneinde en gingen we pas na drieën naar bed. Dat was geen enkel probleem want hetgrote luieren was begonnen!

Het was warm,maar voor elk uur was er een schaduwplekje of, voor wie dat wilde, een frisseduik in het zwembad.Zwembad_met_ijlanden_2 Ikzelf had een voorliefde voor een plekje onder denotenboom met een magnifiek uitzicht.

Onder het terras van de notenboom was eenboomgaard met appelen, peren, kersen en rijpe vijgen. Die kon je ofwel zoopeten of, wat wij deden, insnijden en vullen met geitenkaas en honig enomwikkelen met serranoham en zilverfolie en dan op de barbecue. Vijgen_2Ook de kleineronde aubergines deden het erg goed op de barbecue. Die aubergines haalden wemet allerlei andere groenten en fruit voor een habbekrats op de markt in Torres.Roy en Wout gingen iedere ochtend naar de bakker in Torres, waar Wout met z’nblonde koppie en innemende glimlach altijd een koekje of een broodje kreeg.Samen met zijn vader luisterde hij op de heen en terugweg naar eenverzamel-cdtje waar onder andere Zomer van Roosbeef op stond. Waarin onder meerde zin: “opeens was je weg” voorkomt. Dit werd het standaard afscheidsliedje voor ieder die vertrok. Charlottewas de eerste die ’s ochtends vroeg uit werd gezongen. De dag daarop werd zevervangen door Marcel, die Gerdie en ik ophaalden uit Malaga. Een mooie maarbest wel lange rit (zo’n 500 km heen en weer). Terug moest ie met de bus! Metde komst van Marcel kreeg Roy een drink- en pingpongmaatje. Actie_2En mits Wout, dieook graag wilde pingpongen, zich er niet mee bemoeide leverde dat mooiepartijen op.

Roy had zichinmiddels ontpopt als een meester- barbecuer, en bijna dagelijks aten wijchorizo, speklappen (een favoriet van Elles) , kippenpoten en anderelekkernijen.

Bbq_roy_2

Meestal buiten,maar op koele avonden ook wel binnen. Het huis stond nou eenmaal op een berg.Dat maakt de verzengende Spaanse hitte overdag dragelijk, maar deseptemberavonden ook wat frisjes. Aan het eind vande tweede week kwam Garmt voor een paar dagen. Topdrukte in Huize Nogal, maarde garage was groot genoeg voor een extra bed. De zes volwassenen en tweekinderen was toch wel het maximum. Hoewel je van Wies weinig last had. Diestond doorgaans lachend in haar opblaasbad annex box. Met het vertrekvan Roy en Elles en kinderenvertrok ook het goede weer. Of dat verband met elkaar hield weet ik niet, maarhet was wel een feit. Garmt en Marcel zijn nog een dagje naar Granada geweest,waar je als rolstoeler gratis het Alhambra in kon, maar van Roy en Elles had ikal gehoord dat ik in een rolstoel niet zo ver zou komen. Gelukkig was ik ernegen jaar geleden al met Gerdie geweest op onze eerste gezamenlijke vakantie.

Nadat Garmt ookvertrokken was zijn Marcel, Gerdie en ik nog een dagje naar Ubeda geweest, eenmooi provincieplaatsje, waar de Spaanse zanger Joaquin Sabina ooit geboren is.Na veel wikken en wegen besloten we het avondeten thuis te nuttigen, wat onseen hoop ellende heeft bespaard. De volgende dag zagen we op tv dat deovervloedige regenval een persoon het leven had gekost. Hij was met auto en alvan dezelfde weg waar wij een paar uur daarvoor reden afgespoeld. Toen Louiskwam werd het tijd om de haard aan te steken.Marcel_louis_en_joaquin_2 Dat was nog een lastig klusje metnat hout, maar wel erg aangenaam en voor mij, koukleum die ik tegenwoordig ben,bijna van levensbelang.

Meestal heb ikgeen zin om weer naar huis te gaan maar deze keer bijna wel. Het ging mij in dekoude kleren zitten.

De terugreis

Ons eerste hotelwas hetzelfde als het laatste op de heenreis. Deze keer zijn we nog even hetdorp ingelopen. Het bleek een soort van feestweek, niet ongewoon in Spanje, tezijn met de gebruikelijke processies.Processie_3 We hebben nog gezocht naar eenrolstoelvriendelijk restaurant, maar we eindigden uiteindelijk toch weer in het hotel. daar was niks mismee. Na het debacle op de heenweg had Charlotte vanuit Nederland een vervangendhotel gevonden. Hoewel verre van ideaal voldeed het toch aan de minimale eisenen, ook belangrijk, je kon er lekker eten. Het laatste hotel was hetzelfde alshet eerste op de heenreis. Goed en lekker, behalve de koffie.

NB Inmiddels zijnwe alweer op vakantie geweest en zit de volgende in de planning.

Holiday in Torres (September 2009)

Preparations

After thesuccessful trip to Frigiliana in 2008, the travel bug bit again this year. Andas I still have my standing-up moments, there was nothing to keep us fromplanning yet another holiday in southern Spain. Frigiliana had been veryEnglish, so this time we wanted to celebrate our vacation in surroundings thatwere a bit more Spanish. After a long search on the Internet and someback-and-forth by e-mail with the owner, we ended up in Torres, near Jaen, aboutone hundred kilometres north of Granada. The travel plan was the same as lastyear. One person would join us on the outward journey, with stops in hotelsthat were booked in advance. Just like last year, this was Charlotte, who alsomade all of the hotel reservations. Roy and Elles (Gerdie’s brother andsister-in-law) and their children Wout (four) and Wies (one) would join us inTorres itself. They were to stay during the first two weeks. Marcel wouldarrive in the middle of those two weeks and stay until the end. In between,we’d get a visit from Garmt (the boy next door from my childhood in Haarlem),who was to stay for a long weekend. Garmt also supplied a folding and rollingshower chair, incidentally. Towards the end we were to be joined by Louis, afellow carpenter and a client of Gerdie’s, who would accompany us during ourreturn journey. As this summing-up reveals, it wasn’t a two-week, but athree-week holiday this time. If you add eight days on the road, we would beaway for a whole month. Lovely!

Outwardbound

Last yearwe took five days to reach our destination. Torres is situated slightly morefavourably, so four days would do this time. Our departure was scheduled ateleven o’clock, but in spite of assistance by Jeanet, Greg and Henning (homecare services) and my parents, we didn’t leave before one. Hôtel au Temps de laReine Jeanne in Orthez (near Blois) was our first stop. Charlotte had done asplendid job. We had a beautifully accessible room – or rather we had a littlehouse, a kind of converted barn, all to ourselves. Although we arrived late, wedid manage to partake of a salad. This proved to be a highly varied one,featuring pâté, fish mousse and assorted greens. It was served in the gardenwith a bottle of rosé. The holiday had begun! On the second day we drove toBiarritz, where we had booked a Campanille Hotel. That’s where we encounteredour first adversity. In spite of the many promises made by telephone that therewould be a shower, there only was a bath, while the space was so cramped that Ihad to go in forwards and leave backwards, or the other way around of course.There was one redeeming feature, though: a parking spot for the disabled rightin front of the door. To relieve our pent-up anger we resorted to dinner(mostly meat and wine). The next day, after a hand wash (no shower) and abarrage of abuse in Gerdie’s best English to the receptionist on duty, we veryappropriately left in the pouring rain. Onwards to Spain! The last overnightstay was booked in Alcala de Henares, a Parador near Madrid. There are Paradores all over Spain. Most of these aresituated in old, monumental buildings. We spent the night in a convertedsixteenth-century convent that had been opened just a month ago by Zapaterohimself. It was a very luxurious four-star hotel that served many delicacies.After Charlotte had taken a dive in the swimming pool, we enjoyed some lovelytapas and wine in the courtyard. Our room was fitted out with no fewer thanthree showers, one of which was eminently suited to my new, led-lighted showerchair and me. After a four-star breakfast we left for Torres. After a beautifuldrive we arrived in Mancha Real around four. We were expected to call theowners (Juana Mari and Jésus) of our cottage, so that they could show us theway to our accommodation. Juana Mari and Jésus turned out to be extremelyfriendly Spaniards who didn’t speak a word of English, although they hadclaimed to speak some in their emails. However, with Gerdie’s limited Spanishand my limited speech we had no trouble communicating. They offered toaccompany us by car to the supermarket where we could do some shopping.Otherwise we would have to drive back 18 kilometres to the supermarketimmediately after our arrival at the cottage. They were very considerate; allthe more so when they offered to put our groceries in their car. After some 12kilometres we arrived in Torres and from there on the Tom Tom no longer knewwhere we were. So we had to memorize the final five kilometres if we everwanted to find back our cottage.

El Nogal(The Walnut Tree) Zoekplaatje

The cottagewas, as it should be, prettier than it was on the pictures. We could park thecar under a weeping willow at the head of the swimming pool. On the right,behind the swimming pool, stood a walnut tree overlooking a terrace thatprovided a beautiful view of Torres and the mountains that enclosed thevillage. The house and a sizeable terrace were to the right of the parking lot.Two steps led to a small, covered terrace and the entrance to the house. FortunatelyJésus had constructed a ramp, so that I was also able to enter through thefront door. Jésus beamed when I was the first wheelchair user that rolled uphis recently built rampa with no trouble at all. You entered through the living room with a largedining table and a (rather unsightly) bar. In addition to this, there werethree bedrooms and a bathroom. Next to the bar was a door to the garage with aping-pong table and a flight of stairs that led to another bedroom upstairs. Anadditional bathroom had been built adjacent to the garage that I could alsouse. The house hadn’t really been built for disabled persons, and especiallythe doors were quite narrow, but fortunately everything was just aboutmanageable. We would mostly sit outdoors anyway. Late Sunday night Roy andElles arrived with Wout and Wies. The children were half asleep, but we wiselydecided to wake them, so they wouldn’t be scared if they woke up in unfamiliarsurroundings in the middle of the night. We paid dearly for this. Once he wasawake, Wout embarked on an endless string of stories and we didn’t go to bedbefore three. But that wasn’t a problem, because the big chill-out had started!Ochtendkoffie

It was hot,but for every hour there was a place in the shade or, for those who preferredit, a refreshing dive in the swimming pool. Personally, I opted for a spotunder the nut tree that provided a magnificent view. Below the nut tree terracewas an orchard filled with apples, pears, cherries and ripe figs. You couldeither eat them right away or, as we did, make an incision, fill them with goatcheese and honey, wrap them in Serrano ham and silver foil and put them on thebarbecue. Small, round aubergines also fared very well on the barbecue. Webought these aubergines and assorted other vegetables and fruit dead cheap onthe Torres market. Every morning, Roy and Wout went to the baker’s in Torres,where Wout with his blond hair and fetching smile invariably would be given acookie or a bun. During the drive there and back, he and his father listened toa compilation CD that included the song ‘Zomer’ (Summer) by Roosbeef, whichcontained the sentence: “suddenly you were gone.” This became the standardfarewell song for anyone who left. Charlotte was the first one to be sung afarewell aubade in the early morning hours. The next day Marcel replaced her.Gerdie and me picked him up from Malaga. It was a beautiful, though rather longdrive (some 500 km there and back again). When he left, he would have to take abus! Marcel’s arrival provided Roy with a drinking and ping-pong companion. Aslong as Wout, who was keen to join the table tennis, didn’t interfere, this ledto some beautiful matches.

In the meantime, Roy had blossomed into a master barbecue chef, and almost on a dailybasis we ate chorizo, slices of bacon (Elles’ favourite), chicken legs andother delicacies. We usually ate outdoors, but moved inside on cool evenings.After all, the cottage was situated on a mountain. This rendered the scorchingSpanish heat bearable during the day, but also made the September nights ratherchilly. At the end of the second week, Garmt joined us for a few days. NogalManor was getting cramped, but the garage was large enough to accommodate anextra bed. Still, six adults and two children taxed the house to its limit.Wies was next to no trouble, though. She usually stood there smiling in herblow-up bath cum playpen. When Roy, Elles and children had gone, the goodweather also left us. I don’t know if these things were somehow related, butit’s a fact. Garmt and Marcel made a day trip to Granada. As a wheelchair useryou get free admittance to the Alhambra, but Roy and Elles had already told methat I wouldn’t get that far in a wheelchair. Fortunately I had already visitedit with Gerdie nine years ago, during our first-ever holiday together. After Garmthad also left, Marcel, Gerdie and I made a day trip to Ubeda, a picturesqueprovincial town that is the birthplace of Spanish singer Joaquin Sabina. Afterextensive deliberation, we decided to eat dinner at home, which saved us a lotof misery. The next day we saw on the telly that a massive downpour had killedsomebody. He had been washed off the same road where we had driven just a fewhours before. When Louis arrived, it was time to light the fireplace. Thisproved to be rather tricky, as the wood was humid, but it was very pleasurableand to me, shivery type that I’ve become, it was almost essential to mysurvival. Usually I don’t want to go home, but this time I almost did. Thisholiday was giving me the chills.

HomewardboundGehandicaptenhotelkamer

Our firsthotel was the same one as the last one of our outward journey. This time wewent for a stroll into the village. There was some sort of festival week goingon, including the customary processions. These are quite common in Spain. Welooked around for a wheelchair-friendly restaurant, but we ended up back at thehotel, and there was nothing wrong with that. After the debacle of the outwardjourney, Charlotte – operating from Holland – had found a replacement hotel forus. Although it was far from ideal, it did meet the minimum requirements and –not unimportant – served good food. The last hotel was the same one as thefirst one on the outward journey. It was comfortable and delicious, apart fromthe coffee.

Note: Since this trip, we have been onanother holiday and the next one is already in the works.

april 1, 2010
By on 15:43
Ajax

Het is alweer een tijdje geleden maar 12 april jongstleden zijn Gerdie en ik, op uitnodiging van Ron en Jessica, naar AJAX- Willem II geweest. Omdat Ron en Jes in Chicago door mijn oom waren uitgenodigd een Chicago Cubs’ game (baseball) bij te wonen, boden zij een stukje Hollands sportvermaak aan. De_arena
Ron en Jes, oom Bob, (neef) Chris en Theo en Els zaten allen op de tweede ring. Wij daarentegen hadden veel gevaarlijker plaatsen op het gehandicaptenplatform (gesponsord door Welzorg) direct achter de goal. De plaatsen daar zijn enkel voor gehandicapten plus een begeleider, die gevraagd wordt zijn  “ uiterste best te doen de naast geschoten ballen tegen te houden”.
Verder zit je daar natuurlijk geheel op eigen risico: “ Ajax heeft alle redelijkerwijs denkbare maatregelen genomen om uw risico te minimaliseren.” Achter_de_goal
Gelukkig bleek Ajax trefzeker die middag. Na twee minuten zagen wij de eerste aanval beloond worden met een doelpunt. En daar zou het niet bij blijven. Na vijfenveertig minuten stond Ajax op een riante voorsprong van 5 – 0. Dus weinig werk voor Gerdie. Na de rust (koffie van de Welzorg) was het aanmerkelijk saaier, want die speelde zich voornamelijk aan de andere kant van het veld af. Hoewel dat veld toch beduidend kleiner is dan het op de televisie lijkt. Datzelfde geldt ook voor de spelers: wat een broekies! Wat wel weer anders is bij een live wedstrijd is het geluid. Het gejuich bij een doelpunt en vooral ook de oe’s en aa’s bij een bijna doelpunt komen in zo’n Arena erg goed over.  Achteraf bleek dat we een historische wedstrijd hadden gezien: de laatste winstpartij onder leiding van Marco van Basten.

Ererondje

AJAX

It’s been a while, but on April 12 Ron and Jessica took Gerdie and me to the Ajax-Willem II football match. During their stay in Chicago my uncle had invited Ron and Jes to attend a Chicago Cubs baseball game, so they reciprocated by offering some Dutch sports entertainment.
Ron and Jes, uncle Bob, nephew Chris and friends Theo and Els were all seated on the second tier, but we had considerably more hazardous seats on the disabled platform (sponsored by Welzorg) directly behind the goal. These seats are exclusively reserved for disabled persons plus one supervisor each. The latter is requested “to do his utmost to stop any balls that miss the goal.”
It goes without saying that you sit there entirely at your own risk: “Ajax has taken all rationally conceivable measures to minimise your risk.”
However, that afternoon Ajax fortunately proved its aim was true. After just two minutes we looked on as the first attack resulted in a goal. And it wouldn’t be the only one. After 45 minutes, Ajax led by a comfortable 5-0. So Gerdie had little to do. After the interval (coffee supplied by Welzorg) events were considerably less exciting, as most of the action took place at the other end of the field, even though it is much smaller is than it looks on TV. The same applies to the players: such whippersnappers! The sound during a live game is another story, though. The cheers after a goal and especially the Oohs and Ahs that accompany all near-goals have real impact in such an Arena. We later discovered we had watched a historic match: the last Ajax victory under Marco van Basten’s management.

 

juni 4, 2009
By on 14:48
Handige hulpmiddelen 5 / Handy gizmos 5

Roken

Ik was een jaar of dertien toen ik mijn eerste sigaret opstak. Sindsdien ben ik niet meer gestopt, enkele uitzonderingen van maximaal 3 maanden daargelaten. Ik ben dus wat je noemt een verstokte roker, of, beter gezegd, een tevreden verstokte roker.
Toen ik te horen kreeg dat ik PSMA had en dat dat mijn longfunctie zou aantasten bereidde ik me al geestelijk voor op preken van neurologen en andersoortige artsen. Maar niets van dat al. Op mijn vraag aan de revalidatiearts ( waar ik driemaandelijks kom) of het verstandig zou zijn om te stoppen antwoordde hij dat als ik het lekker vond, ik me vooral niet de ellende op de hals moest halen van het stoppen met roken. Want ellende zou ik nog genoeg krijgen. Dit en de uitslag van mijn eerste longonderzoek, longfunctie 107% (na ruim 25 jaar roken!), sterkten mij in mijn besluit stug door te blijven roken: zware Van Nelle met rizla blauw.
Dan werkten die longen misschien wel aardig, maar de problemen ontstonden bij de handen. Gelukkig heeft Gerdie een shag verleden en draait ze beter dan ik ooit gekund heb. Verder heb ik nog een handvol reserve draaiers. Na het niet meer kunnen draaien volgde al snel het niet meer kunnen aansteken. Maar gelukkig beschikken ze op het Revalidatie  Centrum Amsterdam (RCA) over een afdeling Revalidatietechniek: samen met de ergotherapeute Jorinde en revalidatietechneut Peter heb ik een bestaand model aansteker aangepast tot het aan mijn wensen voldeed. Met het oog op de toekomst (regeren is vooruitzien met mijn ziekte) hebben we ook een rookstandaard voor shagjes ontwikkeld.
De aansteker zit gemonteerd op een in hoogte verstelbaar rvs-pijpje op een voetstuk. Over de knop van de aansteker zit een Z-vormig aluminium pijpje gemonteerd, dat, als ik daar mijn hand op leg, de aansteker doet ontvlammen. Op dat moment kwam Brussel met een kinderveilige aansteker op de proppen. Gelukkig heb ik als verstokte roker een goede verstandhouding met mijn sigarenboer. Dankzij hem heb ik nu de beschikking over drie traytjes aanstekers zonder kinderbeveiliging.Standaard_en_aansteker
De sigarettenhouder zit gemonteerd op zo’n zelfde rvs-pijpje. Het is een bestaand sigarettenpijpje, waar een stukje afgezaagd is (het filtergedeelte: zware Van Nelle moet je vooral niet filteren), en dat gemonteerd zit in een omgekeerde zadelklem (geniaal idee van Peter). Om de joint-vormige sigaretten in de houder te kunnen plaatsen zit er een conisch stukje plastic op de plaats van de filter gelijmd. Als Gerdie ’s avonds naar bed gaat zet zij een shagje in de houder en de aansteker er onder, waardoor ik tot een uur of twee nog één shagje kan roken.

Sigarettenaansteker
Toen ik een elektrische rolstoel kreeg bleek daar ook een ADLstandaard (Algemeen Dagelijks Leven) bij te krijgen zijn. Het is een buizenconstructie die van de rugleuning van de stoel naar voren loopt en uitmondt in een drinkbekerhouder en een asbak met sigarettenpijp eraan. De verzekering vergoedde de hele arm, behalve de asbak, die kwam voor eigen rekening: 130 euro! Ze moesten eens weten dat er regelmatig wijn en whisky in de bekerhouder staan. Het ding heet bij ons dan ook “de genotsarm”.

GenotsarmSmoking

I must have been about thirteen when I lit my first cigarette. I haven’t stopped smoking since, apart from a couple of interruptions that lasted no more than three months. So you might call me an inveterate, or perhaps more accurately, a happily inveterate smoker.
When I was told I had PSMA and that this would affect my pulmonary function I prepared myself mentally for sermons by neurologists and other doctors. But nothing of the sort happened. To my question to the rehabilitation doctor (who I visit once every three months) whether it would be wise to quit smoking he replied that if I enjoyed my fags I should certainly not put myself through the torture of quitting. I’d get plenty of torture as it was. This advice, plus the result of my first pulmonary check-up (107 per cent after more than 25 years as a smoker!), strengthened my resolve to steadily keep on smoking: Van Nelle power blend with Rizla Blue cigarette paper.
So the old lungs were doing all right, but I started having trouble using my hands. Fortunately Gerdie has a history as a shag smoker and is more adept at making rollies than I have ever been. On top of this I have a handful of stand-by rollers. My inability to roll was quickly succeeded by the inability to light. Fortunately the Rehabilitation Centre Amsterdam (RCA) also sports a rehabilitation technology department: with occupational therapist Jorinde and rehabilitation technician Peter I modified an existing type of lighter until it met my wishes. With a view to the future (foresight is the essence of government, if you have my disease) we also developed a smoking standard for rollies.
The lighter is mounted on a height-adjustable RVS pipe on a pedestal. A Z-shaped aluminium pipe is mounted on the lighter’s button so that the lighter ignites when I place my hand on it. At that moment Brussels came up with child-resistant lighter regulations. However, being an inveterate smoker I maintain excellent relations with my tobacconist. Thanks to him I now harbour three trays of cigarette lighters without child-resistant locks.Sigarettenhouder
The cigarette holder is mounted on a similar RVS pipe. It is an existing cigarette pipe, with a piece sawn off (the filter part: Van Nelle power blend should absolutely not be filtered), and that is mounted in an upside-down bicycle saddle clamp (brilliant suggestion from Peter). In order to place the joint-shaped cigarettes into the holder a conical piece of plastic has been glued in the place where the filter used to be. When Gerdie goes to bed at night she puts a rollie in the holder and places the lighter underneath it, so that I have one fag to smoke until two o’clock.
When I was given an electric wheelchair this turned out to be fitted with a GDL stand (General Daily Life). This is a steel tube construction that runs from the chair’s back to the front and ends on a drinking cup holder and an ashtray with a cigarette pipe attached. The insurance company paid for the entire arm, except for the ashtray, which we had to fund ourselves: 130 euros! They have no idea how often the cup holder contains wine and whisky. Hence our name for this contraption is “the pleasure arm”.

maart 12, 2009
By on 16:46
Fietsbeentjes

Fietsen doe ik al lang niet meer, maar Beentjes nog wel. Jullie kennen Beentjes als chauffeur van Frigiliana naar Amsterdam, maar als het aan hem had gelegen dan had hij dit waarschijnlijk liever op de fiets gedaan. Beentjes is dus een fervent fietser en geïnspireerd door mijn blog is hij er ook één gestart.  Samen hebben we ook gefietst: in September 2004 hebben we twee weken door Nederland gefietst. Tentje mee en iedere avond twee flessen wijn voor de tent. Heerlijk! Door het late tijdstip in het jaar waren de campings uitgestorven. Op bijgaande foto zie je de vuurplaats op de camping van Wehl, die wij volledig voor onszelf hadden. Naast het vuur ligt een rainbowpocket van Tolstoi’s Anna Karenina, die even later, zwaar gehavend door een yoghurtongeluk in de fietstas, in ons kampvuur zou verdwijnen. Dit is de enige keer geweest dat ik ooit een boek heb verbrand, en wat voor één! Het jaar daarop heb ik een nieuwe fiets gekocht en yoghurtdichte Ortlieb-fietstassen om nog een keer zo’n vakantie te vieren. Maar helaas daar kwam wat tussen….
26_wehl_tolstojs_vuur
De link naar Fietsbeentjes vind je bovenaan bij de andere links. Voor de Engelse lezers heb ik een treurige mededeling, want de proza die je er vindt is helaas enkel in het Nederlands. Bijkomend voordeel is dat Beentjes beduidend regelmatiger schrijft dan ik. Veel plezier!

I haven’t ridden a bicycle in ages, but Beentjes still does. You will remember Beentjes as our driver from Frigiliana to Amsterdam, but if he’d had his way, he had probably made the trip on a bicycle. Beentjes is a diehard cyclist and, inspired by my blog, he has started his own. We have also cycled together: in September 2004 we made a two-week cycling tour around Holland. We brought along a tent and drank two bottles of wine in front of it every night. What a delight! Due to the late time of year the campsites were deserted. The picture shows the fireplace at the Wehl campsite, which we had entirely to ourselves. Beside the fire lies a Rainbow pocket edition of Tolstoy’s Anna Karenina that would soon after disappear into our campfire in a deplorable state, caused by a yoghurt accident inside the saddlebag. It is the only time I ever burned a book, and not just any book! The year after I bought a new bike and yoghurt-resistant Ortlieb saddlebags with a view to another holiday trip. Unfortunately something came up…
You’ll find the link to Fietsbeentjes at the top, with the other ones. I regret to inform my English readers that the prose you will find there is in Dutch only. An additional benefit is that Beentjes writes with a significantly higher frequency than I do. Enjoy!

(Translator’s note: Fietsbeentjes literally translates as ‘small bicycle legs’.)

februari 12, 2009
By on 15:43
Vakantie / holiday Frigiliana

De voorbereidingen
Zoals iedereen weet ben ik in September naar Spanje geweest. Naar Zuid-Spanje wel te verstaan en met de auto. De voorpret bestond dus uit het plannen, het uitzoeken van hotels met de nodige voorzieningen en last but not least het kopen van een nieuwe auto en het laten aanpassen daarvan. Onze eigen Peugeot Partner konden we eventueel laten aanpassen, maar, afgezien van het feit dat die geen ramen achterin had, bleek hij ook wat aan de lage kant. Op aanraden van het ombouwbedrijf B&S (zie link) hebben wij besloten om hen de Renault Kangoo te laten zoeken en kopen en vervolgens om te bouwen. Zo gezegd zo gedaan: de dag voor vertrek zou hij klaar zijn. We hebben er erg op aangedrongen of dat niet wat eerder zou kunnen. En gelukkig, ruim twee weken voor vertrek  werden we gebeld dat ie klaar stond. Mijn vader (de grote financier) en Gerdie zijn hem op gaan halen. Bij thuiskomst ben ik er meteen ingereden: het werkt! We hadden nog een feestje in Denekamp en konden dus nog een beetje oefenen met lange afstanden. Vlak voor vertrek zijn er nog extra speakers ingebouwd en is er een imperiaal aangeschaft.

We hadden het geheel als volgt gepland: Charlotte reed mee heen op dinsdag, vijf dagen rijden, en dus vier overnachtingen, die Charlotte keurig besproken had. Dus Charlotte bleef van dinsdag tot en met de dinsdag daarop. Marcel kwam de eerste zondag ingevlogen en bleef een week. Esther, Rob en de jongens kwamen donderdag en bleven tot en met de dag van vertrek, zaterdag. Beentjes, die mee terug zou rijden kwam de dinsdag daarvoor aan. Kortom Gerdie en ik waren nooit alleen.

Auto_leegAuto_vol
De heenreis
Het plan was dinsdag om elf uur weg te rijden, maar zoals gewoonlijk had Gerdie erg veel werk en natuurlijk ook nog een computercrash. Dus om één uur ’s middags reden we bezakt en bepakt en bestoeld naar het zonnige Zuiden. We konden behoorlijk doorrijden en vooral de douchestoel op het dak trok veel bekijks. Met name BMWrijders konden het niet verdragen ingehaald te worden door een douchestoel. Door het late vertrek en een dikke 700 kilometer die we moesten afleggen, kwamen wij pas tegen elf uur aan op onze eerste overnachtingsplek in Tour en Sologne. En dat begon al goed: de invalidenkamer bleek voorzien te zijn van een drempel van een slordige 12 centimeter hoog! Maar voor dit soort gevallen, waarvan er onherroepelijk meer zouden komen, hadden we een paar skeggen (wigvormige oprijplankjes) mee. Dus met een aanloopje en de nodige stuurmanskunst kon ik mijn hotelkamer bereiken. Bij inspectie bleek alleen het toilet invalideproof, namelijk verhoogd, te zijn. Maar we hebben er niet minder om geslapen.
De volgende dag vertrokken we wel om elf uur en konden we stevig doorrijden. Iets te stevig naar later bleek, want op een goed moment stonden wij zonder benzine… (door de aanpassing in de auto is er een nieuwe, kleinere, benzinetank onder de auto geplaatst, maar door deze tank werkt de benzinemeter niet naar behoren). We zouden gemiddeld na 400 kilometer moeten tanken, maar door de spullen op het dak en onze snelheid moesten we iets vaker tanken.Zonder_benzine Nu bleek dat we 10 kilometer tekort kwamen. Via de praatpaal kwam er een grote takelwagen met een vriendelijke Fransoos, die ons meedeelde dat ons 5liter reservetankje, dat we voor noodgevallen bij ons hadden ( we kwamen er 100 meter verder mee), toch echt te krap was voor onze vlakke benzinetank.  Zijn benzinetank bevatte 10 liter en kostte 130 euro. Dat hadden wij natuurlijk niet cash op zak, maar we konden achter hem aan rijden naar zijn garage om te pinnen en meteen de tank weer vol te gooien. Nadien tankten wij iedere  250 kilometer.
Toilet_baskenland
’s Avonds kwamen wij in Baskenland (Etxea)  aan om ook daar weer een nieuw kameravontuur aan te treffen. Een kleine kamer, en een badkamer met ligbad (onmogelijk!) met daar dwars opgeplaatst een laag toilet dat voor een valide persoon al nauwelijks toegankelijk was, laat staan voor mij… . Maar in tegenstelling tot de Franse hotelhouder, die enkel apathisch toekeek hoe ik de drempel nam, waren deze Spanjaarden zeer begaan en kwamen met een enorme stapel handdoeken aanzetten met de mededeling dat we gerust voor het bad mochten douchen met onze meegebrachte douchestoel. En, viva España, je kan er ’s avonds om 11 uur nog heerlijk eten. En dat hebben we gedaan!
Dag drie bracht ons naar Aranda de Duero, waar we in een luxueus zakenhotel terecht kwamen met een krappe lift, maar verder goed toegankelijk, met zelfs een hydro-massagedouche. ’s Avonds zijn we het dorp ingerold en hebben we heerlijk buiten, onder het genot van diverse wijntjes, heerlijke tapas gegeten.
Het laatste hotel, in Valdepeñas, bleek het meest perfecte. Het was eigenlijk geen hotel maar een hostal ( eenvoudig hotel). Het was voorzien van een ruime badkamer waar ik met de rolstoel in kon en dan nog genoeg ruimte over hield voor de douchestoel en Gerdie. In Valdepeñas was het de week van de wijn, en al doende stervensdruk. De eettentjes waren afgeladen. Na een glaasje op een terras van de plaza mayor, zijn we uiteindelijk in het hostal gaan eten: nog meer tapas.
De laatste etappe was een korte: zo gepland omdat we dan tijd zouden hebben om uitgebreid boodschappen te doen. En het huis overtrof alle verwachtingen!

Het verblijf
Het_huis
Het huis stond een kleine 5 kilometer buiten Frigiliana, dat weer zo’n 75 kilometer ten oosten van Malaga ligt. Vanaf 500 meter hoogte keek je prachtig over een dal uit met op de achtergrond de Middellandse Zee. Die hoogte zorgde ervoor dat het ’s nachts lekker afkoelde, want overdag werd het zo’n 30 graden Celsius. Een licht windje, de nodige schaduw op het terras en het zwembad zorgden voor de afkoeling. In het zwembad zat een hellingbaan en we waren van plan met de douchestoel erin te rijden, maar na wat testritten door Gerdie en Marcel bleek de helling iets te stijl. Uiteindelijk, na nog meer testen, bleek de brancardvariant het beste. Dit ging als volgt: Aan de rand bij de hellingbaan plaatsten wij een zonnebed waar ik op werd gelegd, en waarmee ik langzaam het water in werd geschoven. Ik noemde dit  gekscherend de invaart, er weer uit (de omgekeerde variant) werd dan automatisch de uitvaart. Het water bleek voor mij toch wat aan de frisse kant, mijn benen wilden nauwelijks meer buigen en neem daar het gedoe rond de invaart en de uitvaart bij, waardoor mijn bezoek aan het zwembad tot twee keer beperkt bleef.Zwemmen 
Eigenlijk deden we verdomde weinig verder: een beetje zonnen, een beetje, of meer, eten, drinken en ’s nachts, de zeldzame keren dat we binnenshuis waren te vinden, slapen. Kortom heerlijk allemaal. Nadat Charlotte was vertrokken waren we met z’n drietjes en zijn we een dagje naar Malaga gegaan. Gerdie en ik kenden enkel de luchthaven en daar Marcel nog nooit in Spanje was geweest vonden wij dat hij toch minimaal één echte Spaanse stad moest zien. Frigiliana en het vlakbij gelegen Nerja worden namelijk voornamelijk door Engelse bevolkt. Ik heb één keer geprobeerd daar een Spaanse krant te kopen, maar niets nada. Omdat we de kustroute hadden gereden kwamen we erg laat aan in Malaga en voor we tot het centrum waren doorgedrongen, was het, wat ons culturele hoogtepunt van de vakantie had moeten worden, Picassomuseum reeds gesloten. Maar Malaga bleek een aangename stad om eens lekker rond te kuieren en Marcel kennis te laten maken met de Rabo de Toro, oftewel de stierenstaart. Een soort van culinair hoogtepunt.
De dag daarna was het gedaan met de rust, want toen kwamen Rob en Esther met Tommie en Bastiaan. Twee kinderen brengen toch heel wat leven in de brouwerij. De zonnebedden werden als een muur rond het zwembad geplaatst, zodat Basje er niet in een onbewaakt moment in kon lazeren. Voor de zekerheid, want Basje is van de ondernemende soort, hadden Rob en Esther een soort drijfpakje meegenomen dat al gauw  de bijnaam bommenvestje kreeg. Tommie is wat banger aangelegd en kwam pas in de buurt van het zwembad als er iemand bij was. En op het einde heeft ie zelfs gezwommen! Bommenvestje
Zoals gezegd deden we erg weinig, maar we moesten wel herhaaldelijk naar de luchthaven van Malaga om Marcel op te halen, Charlotte weg te brengen, Marcel uit te zwaaien en (Rob) Beentjes te verwelkomen.  Beentjes kwam ’s avonds laat aan en was zo onder de indruk van het huis dat hij zich dezelfde avond vol heeft laten lopen met Rosé om de volgende dag met een kater het huis bij daglicht te aanschouwen. Om de andere dag moesten we naar Nerja om de voorraden aan te vullen, want er werd goed gegeten en gedronken. Dingen als “ kip met paprikajam”, “chorizo in Manzanillasherry”. “dorade van de BBQ” en verse tomaten-komkommer-ui-salade werden met veel genoegen bereid en opgegeten. We ontdekten ook de blikjes groene olijven gevuld met jalapeños. Helaas hadden we niet genoeg ruimte in de auto om voorraden mee naar huis te nemen. Toen Gerdie en ik nog met z’n tweeën naar Spanje gingen hadden we altijd de Volkswagenbus mee, die de laatste dag werd volgestouwd met dozen blikvoer en flessen drank waar we dan de rest van het jaar mee toe konden. Maar ja, dat is niet meer.
Zoals gewoonlijk bij vakantiehuisjes kwamen er vanaf dag één allerlei beesten op bezoek, naast de joekels van sprinkhanen, gekko’s en zwaluwen (die water uit het zwembad dronken door er rakelings overheen te scheren: een geweldig gezicht), natuurlijk ook twee katten Mizi en Zeurpiet. Zeurpiet werd weggejaagd met flesjes water, maar Mizi gedroeg zich meteen al als de kat des huizes en mocht na ons eten de eventuele restjes en botjes. Charlotte_en_miziAntonio, de beheerder, keurde de aanwezigheid binnenshuis van beide katten af. De laatste dag leverde dit Mizi een frisse duik in het zwembad op. Ook een beetje dom van Mizi  om onder het oog van Antonio in de salonstoel te gaan liggen slapen.
Zo kwam er een eind aan twee heerlijke weken en “ Los Almendros” (de amandelbomen). We hadden met Beentjes de donderdag voor vertrek de hotels uitgezocht en besproken. Wegens de goede ervaringen op de heenreis begonnen we in Valdepeñas.

De terugreis
De eerste dag dus een korte rit. Dat gaf Beentjes de tijd om te wennen aan de auto en de af te leggen afstanden. Hij heeft namelijk nog maar net zijn rijbewijs. Hij genoot zichtbaar van bergjes rijden, iets wat je in Nederland nooit leert. Dus ik schreeuwde af en toe van achter uit de te kiezen versnelling. En doordat mijn arm van mijn leuning viel en er dus even gestopt moest worden om hem er weer op te leggen, kwamen we niet gepland op een bergroute terecht. Maar daar Lucie (tomtom-stem) zei dat het net zo lang duurde, zijn we de route blijven volgen en kon Beentjes naar hartelust schakelen en bochtjes draaien. Hij zou vijf dagen later als volleerd chauffeur terugkeren.
In Valdepeñas werden we met open armen ontvangen en bleken we zelfs een klantnummer te bezitten. Na een wandeling door het stadje, dat een soort van lokale trouwdag vierde – er stond een hele rij bruidsparen voor de kerk – , zijn we weer in het hotel gaan eten. Na het genot van een ruime douche de volgende ochtend, zijn we vertrokken richting de Rioja. In Haro hadden we een modern hotel besproken en verwachtten dus eigenlijk geen obstakels bij de invalidenkamer. We hadden specifiek gevraagd of er een vlakke douche in zat en dit was met een volmondig “si” beantwoord. We bleken een gewone kamer te krijgen, waar ik met mijn rolstoel net in kon, maar dan weer achteruit er uit zou moeten. Weer benden bij de receptie ons beklag gedaan en nu zouden we de inmiddels schoongemaakte invalidenkamer krijgen. Deze was een stuk ruimer en bleek te beschikken over een riant ligbad! Dat werd dus niet douchen de volgende ochtend. Rioja_2Gelukkig beschikte het hotel een uitstekend restaurant, waar we heerlijk gegeten en gedronken (Rioja!) hebben. De volgende ochtend heb ik mijn beklag bij de “ jefe” gedaan en gezegd dat ik op z’n minst korting verwachtte. Dat bleek erg makkelijk te regelen en zo hadden Gerdie en ik die nacht voor niets geslapen. Hadden we toch mooi het eten er weer uit!
De volgende dag gingen we op weg naar Coulombiers, waar we op de heenweg, na ons brandstoftekort, hadden getankt. Een prachtig dorpshotel met lift en ruime kamer en een zeer toegankelijke douche. Verder bleek hier ook een restaurant bij te zitten, dat op maandag gesloten was, maar voor de hotelgasten werd een speciaal menu geserveerd.  Uiteraard weggespoeld met heerlijke franse wijn. ’s Ochtends werden we gewekt door een lucht van verse croissants en stokbroden. Dus na een overheerlijk ontbijt togen wij richting Parijs, waar Beentjes zijns chauffeurservaring uitbreidde met een ritje op de binnenring. In Antilly, vlak boven Parijs, hadden we Le Poivre et Sel besproken, dat bij aankomst anders bleek te heten: Les Crapouilles ( wie weet wat het betekent mag het mailen). De nieuwe eigenaar vertelde ons dat wij die nacht de enige gasten waren en dat hij om 12 uur naar huis zou gaan en gaf ons een kaartje met telefoonnummers voor noodgevallen. De eigenaar bleek een begenadigd kok en, vol van de foie gras en de canard, rolden wij ons bed in. Een krappe douche, kon allemaal net, en een wederom voortreffelijk ontbijt trokken wij verder naar het noorden.
Om een uur of zes waren we, na wat fileleed, weer thuis. Dat was een heerlijke vakantie en zeker voor herhaling vatbaar!

The holiday

The preparations
As everybody knows I went to Spain in September. To be precise: we went to southern Spain, and by car. We had a lot of fun preparing for the trip: making plans, choosing hotels with the required facilities and, last but not least, purchasing a new car and having it modified. It would have been possible to modify our own Peugeot Partner, but apart from the fact that it didn’t have windows in the back, it also proved to be a little low. At the recommendation of the custom fitting company B&S (see link) we decided to let them look out for and buy a Renault Kangoo and customize it. So that’s what we did: the car was to be ready the day before we left. We did apply some pressure to get it delivered a little earlier. Fortunately we received a call that it was ready over two weeks before departure. My dad (the main sponsor) and Gerdie went to pick it up. On their return we immediately went for a test drive, and it worked! We still had a party at Denekamp to go to, so we got some practice driving long distances. Shortly before our departure some extra speakers were fitted and a roof rack was bought.
DakbepakkingWe had planned our journey as follows: Charlotte would join us on Tuesday for a five-day drive, including four overnight stays, for which she had efficiently made reservations. Charlotte would be with us from Tuesday through the Tuesday after. Marcel would fly in on the first Sunday and stay on for a week. Esther, Rob and their boys would arrive on Thursday and stay until the Saturday we left. Beentjes, who was to join us on the journey back, would arrive on the Tuesday before this. In short: Gerdie and I would never be alone.

Outward bound
We intended to leave on Tuesday at 11 a.m., but as usual Gerdie was very busy with her work and to make matters worse her computer had crashed. So at 1 p.m. we drove off to the sunny south, with bag and baggage and chair. We negotiated a very nice cruising speed, while the shower chair on the roof rack drew loads of attention. Especially BMW drivers couldn’t stand being overtaken by a shower chair. Due to our late departure and the fact that we had to drive over 700 kilometres we didn’t arrive before eleven at our first hotel in Tour en Sologne. And we were off to a bad start: the room for the disabled proved to have a threshold that was some 12 centimetres high! But for cases like these, that would undoubtedly recur, we had brought along a couple of wedge-shaped wooden ramps. So with a run up and some nifty steering I managed to enter my hotel room. On closer inspection only the toilet was disability proof, i.e. raised. But we didn’t lose any sleep over it.
The next day we did succeed in leaving at eleven and drove a long stretch. A little too long, as we found out, because we ran out of petrol… (When the car was modified a new, smaller petrol tank was fitted under the car, but this new tank threw off the fuel gauge.) We had been told we’d have to fill up after every 400 kilometres on average, but due to the stuff on the roof and our high speed we needed to tank a little more frequently. We turned out to be 10 kilometres short. Thanks to the emergency telephone a big tow truck arrived, driven by a helpful Frenchman who informed us that our 5 litre spare tank, which we brought along for emergencies (we managed to drive an additional 100 metres on it), really was too small for our flat petrol tank. His petrol tank contained 10 litres and cost 130 euros. We didn’t carry that kind of cash, but we could follow him to his garage to pay with a debit card and use the opportunity to fill up the tank. From then on we refuelled every 250 kilometres.
In the evening we arrived in the Basque Provinces (Etxea), where we had another room adventure. A small room, and a bathroom with a bathtub (impossible!) and a low toilet at a right angle that could barely be reached by able bodies, let alone by me… However, unlike the French hotelier, who impassively watched while I tackled the threshold, these Spaniards were very caring and brought a huge pile of towels, telling us to feel free to shower in front of the bath on the shower chair we had brought along. And, viva España, you can eat a delectable meal at eleven o’clock in that country. We most certainly did!
Day three brought us to Aranda de Duero, where we ended up in a luxurious business hotel that had a narrow elevator, but was otherwise very accessible and even featured a hydro-massage shower. In the evening we wheeled into town and had some delicious tapas and sampled various wines outdoors.
ValdepeasThe last hotel, in Valdepeñas, turned out to be the most perfect one. It wasn’t a hotel really, but a hostal. It had an ample bathroom that I could enter in my wheelchair and leave enough room for the shower chair and Gerdie. There was a wine week in Valdepeñas, so the town was really crowded. The small restaurants were jam-packed. After drinking a glass at an outdoors café on the plaza mayor, we ended up dining in the hostal: yet more tapas.
The last stage was a short one: we’d planned it that way to allow ourselves time for some serious shopping. And the house itself wildly exceeded our expectations!

The stay
The house is situated some five kilometres from Frigiliana, which in turn is some 75 kilometres east of Malaga. At a 500-metre altitude you had a wonderful view of a valley with the Mediterranean in the background. This altitude ensured the place cooled down to a pleasant temperature at night, but during the day they rose to almost 30 degrees Celsius. A light breeze, the much-needed shade on the terrace and the swimming pool provided the necessary coolness. The swimming pool had a ramp and we planned to ride the shower chair into it, but test-drives by Gerdie and Marcel proved the incline to be a little too steep. Eventually, after further testing, the gurney variant proved most effective. This worked as follows: we placed a sun bed near the pool’s ramp, and I was laid down on it and slowly pushed into the water.Invaart_influx Jokingly I called this the influx and going out (the reverse variant) automatically became the efflux. The water turned out to be a bit cold for me after all and my knees almost refused to bend. Add the hassle surrounding the influx and the efflux, and my visits to the swimming pool were limited to two.

RelaxApart from this, we actually we did very little: a little sunbathing, a little, or actually a lot of eating and drinking and sleeping at night, on those rare occasions when we were to be found indoors. In short, we enjoyed it immensely. After Charlotte left we were with just the three of us and made a day trip to Malaga. Gerdie and I only knew the airport and as Marcel had never been to Spain before, we felt it was necessary for him to see at least one real Spanish town. You see, Frigiliana and nearby Nerja are predominantly populated by English people. I made one attempt to buy a Spanish newspaper there, but nope, nada. Because we took the coastal route, we arrived very late in Malaga. Before we had penetrated to the city centre the Picasso Museum, which should have been the cultural highlight of this holiday, had already closed. But Malaga turned out to be a pleasant city for a stroll and introducing Marcel to Rabo de Toro or bull’s tail. It’s a kind of culinary highlight.
The next day all peace and quiet disappeared with the arrival of Rob and Esther with Tommie and Bastiaan. After all, two kids do create quite a stir. The sun beds were placed around the swimming pool as a kind of wall, to prevent little Bas falling in when nobody was looking. To be on the safe side, and because little Bas is an enterprising little fellow, Rob and Esther had brought along a kind of floating outfit that was soon nicknamed the bomb vest. Tommie is a bit more anxious and would only approach the swimming pool in adult company. In the end he actually managed to swim!
MarcelAs said, we did very little, but we did repeatedly drive to Malaga airport to pick up Marcel, bring away Charlotte, say goodbye to Marcel and welcome (Rob) Beentjes. Beentjes arrived late at night and was so impressed by the house that he guzzled down huge quantities of rosé and beheld the house in bright daylight the next day with a severe hangover. Every other day we had to pay a visit to Nerja to supplement our stock, because we ate and drank profusely. Things like “chicken and pepper jam”, “chorizo in Manzanilla sherry”, “barbecued dorade” and fresh tomato-cucumber-egg salad were prepared and eaten with relish. We also discovered the cans of green olives filled with jalapeños. Unfortunately we didn’t have enough room in the car to take home large supplies. When Gerdie and I visited Spain with just the two of us, we would spend the final day filling up the Volkswagen van with boxes of canned food and bottles of booze that would last us the rest of the year. Alas, those days are gone.
As usual in holiday cottages we were visited by a host of animals. In addition to the gigantic grasshoppers, geckos and swallows (that drank water from the swimming pool by narrowly flying over it – a delightful spectacle), there naturally were two cats, Mizi and Whiner.Zeurpiet_whiner Whiner was chased away using water bottles, but from the very start Mizi behaved as the cat of the manor and was given any leftovers and bones that remained after our meals. Antonio, the manager, did not like to see any cats in the house. On the last day this caused Mizi a refreshing dive in the swimming pool. It was a little stupid of her to curl up for a nap in the salon chair under Antonio’s very eyes.
Thus ended a two lovely weeks in Los Almendros (the almond trees). On the Thursday before our departure we had selected the hotels and made reservations with Beentjes. Due to our positive experiences on the way there, our first stop was in Valdepeñas.

The return trip
So we drove only a short distance on the first day. This afforded Beentjes some time to get used to the car and the distances travelled. After all, he only recently obtained his driver’s license. He visibly enjoyed driving through the mountains, something you can never learn in Holland. Every now and then I shouted from the back which gear he had to shift to. And because my arm fell from my armrest, which necessitated a short stop to put it back on, we inadvertently ended up on a mountain trail. But since Lucie (the TomTom voice) said this would take just as long, we continued on this road, which afforded Beentjes with ample opportunity to shift gear and make turns. Five days later he would come home a fully qualified driver.
In Valdepeñas we were welcomed with open arms and even proved to own a client number. After a stroll around the little town, which was celebrating something of a local wedding – there was a whole row of wedded couples in front of the church – we returned to the hotel for dinner. After the pleasure of a roomy shower the next morning, we left for the Rioja. We had made reservations at a modern hotel in Haro, so we were unprepared for any obstacles in the room for the disabled. We had specifically asked whether it included a level floor shower and had been answered with a resounding si. As it turned out, they gave us a regular room that I could barely enter in my wheelchair and needed to exit in reverse. We returned downstairs to complain at the reception desk and this time we would be given the room for the disabled, which had been cleaned in the mean time. This one was a lot more spacious and turned out to include an ample bath! So there wasn’t going to be any showering in the morning. Fortunately the hotel featured an excellent restaurant, where we enjoyed some lovely food and drinks (Rioja!). The next morning I registered my complaint with the jefe and told him that I minimally expected a discount. This proved easy to arrange and so Gerdie and I had stayed over for free that night. Great, we had earned back our dinner! Coulombiers
The next day we headed for Coulombiers, where we had refuelled after our fuel shortage during the journey out. It was a stunning village hotel with an elevator, while the spacious room had a very accessible shower. The hotel included a restaurant that was closed on Mondays, but did serve a special menu for hotel guests. Naturally this was washed down with some delicious French wine. In the morning we were woken up by the smell of fresh croissants and baguettes. So after a scrumptious breakfast we headed for Paris, where Beentjes increased his driving experience with a drive along the inner Route Périfiphérique. In Antilly, just north of Paris, we had made reservations at Le Poivre et Sel, which on arrival turned out to have been renamed Les Crapouilles (if you know what that means, please email). Its new owner told us that we were the only guests for the night and that he would go home at 12 and gave us a card with his phone numbers for emergencies. The owner proved to be a gifted cook and we tumbled into bed full of foie gras and canard. A cramped shower was barely feasible, and once again an excellent breakfast we moved further up North. Poivre_et_sel
Around six o’clock, after some traffic jam agonies, we were back home. It was a wonderful holiday that is certainly worth repeating!

november 27, 2008
By on 16:30
Parool

Het is allemaal alweer even geleden, maar het goede weer en de nieuwe rolstoel zorgden ervoor dat ik weinig tijd over hield om te bloggen. Neem daarbij de vakantie van Jessica, de vaste sparring partner voor het bloggen, en een overdosis aan sport op de tv, dan is het zomaar 14 augustus.
Dus hier nog even een pdf van het Parool-artikel met de engelse vertaling.  De foto is van Liesbeth Dingemans, de tekst van Nienke Denekamp. Voor wie het nog niet gelezen heeft veel leesplezier en eet smakelijk.
Thuiseten_jaapEtenbijtapas1

Eating at home

Remote cooking

Who: Jaap Jongkind (43), former carpenter
Family composition:  LAT relation with downstairs neighbour Gerdie (49)
Location: Bilderdijkstraat

You can eat divinely throughout the city, but most Amsterdam inhabitants will simply cook at home tonight. Nienke Denekamp looks under the pan lids and in the kitchen cabinets.

Jaap Jongkind suffers from PSMA muscle disease. It’s a progressive disorder that gradually gets worse. He can’t cook any more. Friends and relations do this for him nowadays. ‘It may seem rather sad, which of course it is, but it also has certain advantages,’ as Jaap writes in his blog. This statement is illustrated by a picture of three big bowls of sushi prepared by his friend Yoriko. 
We are amazed by Jaap’s boundless optimism. On his blog he provides hilarious descriptions of the equipment that enables him to be relatively independent. He is always on the lookout for further modifications to his home. So the doors swing open automatically, the telephone runs by the intercom and the house is filled with a veritable stable of system chairs, lifts and shower cars. The prize piece is the toilet installation, a kind of spaceship. The very latest addition, a chair fitted with reverse lights (see picture) even allows Jaap able to drive into the kitchen.
Jaap: ‘That was impossible in my previous chair. I used to give directions from the living room when somebody couldn’t find something. Now I can check what goes on inside the pans.’
Girlfriend Gerdie takes a nice bottle of cava out of the fridge to celebrate we are about to eat a nice dinner. We roll up our sleeves and have agreed we will cook following Jaap’s instructions. He has selected a string of tapas from The Spanish Kitchen by Penelope Casas: chicken in pomegranate sauce, tortilla, chorizo in sherry and albóndigas con berros: small meatballs with watercress.
Cooking in somebody else’s kitchen involves a lot of fumbling. We can’t get off the Magimix’s lid, because we don’t have one at home. ‘Twist it the other way,’ Jaap says patiently. ‘No, the other way!’ Fortunately the cupboards have been numbered and before you even know you are looking for a pan, Jaap shouts: ‘Cupboard number 5! Behind you!’ We mix the minced meat and taste it, because raw minced meat is almost tastier than fried minced meat. ‘More salt and pepper,’ Jaap says.
We think it would be very wearisome to cook in this manner. ‘Initially other people’s clumsiness made me quite cross. For fifteen years, I prepared elaborate Christmas dinners with my sister: the so-called Fifth Christmas Day Dinner. In the summer we started making endless lists. I really was in charge. I’ve let go of that now. I enjoy what other people cook for me, although I eat very different meals than I would prepare myself.
Every Thursday, my friend Marcel drops by with a bag of groceries and a recipe torn from the Dirk van der Broek supermarket magazine in his trouser pocket. He cooks meals containing lots of meat and bacon and always brings single portions of tiramisu that we never manage to eat for dessert. Sometimes we have ten tiramisu cups in the fridge. Really smashing!’ 

Het Parool, May 31, 2008

augustus 14, 2008
By on 13:25
Keuken en koken / Kitchen and cooking

Zoals de meeste van jullie wel weten was ik altijd een fervente kok. Maar helaas helaas, dat gaat niet meer. Er wordt nu voor mij gekookt. Dat lijkt heel erg en is dat natuurlijk ook, maar het levert ook voordelen op. Ik eet nu gevarieerder dan ooit. Van Hollandse stamppot tot Japanse sushi (van Yoriko).
Sushi_van_yoriko
Marcel, die ik nog van school ken, komt iedere donderdag met een computeruitdraai in zijn achterzak en een Dirktas vol met heerlijkheden.  Hij is de man van de Hollandse pot met af en toe een exotische uitschieter: zijn spinaziepannenkoek met zalmvulling is overheerlijk! Dan krijgen we op woensdag dikwijls een voederbak van Chris, een ex-klant van zowel Gerdie als mij. Hij kookt dan behalve voor zijn vrouw en kinderen, wat extra voor ons. Even oppiepen en we hebben weer een heerlijke maaltijd. Verder zijn er nog tal van anderen die langs komen en overheerlijke maaltijden bereiden.
Doordat ik niet meer zo makkelijk de keuken in kom, heb ik een tijd geleden al weer nummertjes op de keukenkastjes laten plakken. Zo heb ik nu kastjes 1 t/m 10 en laden A, B en C. Dus als iemand om een de citruspers vraagt roep ik vanuit de woonkamer: vier!De_keuken
En ja hoor, daar vindt diegene wat hij zoekt! Dit werkt andersom net zo goed: bij het uitruimen van de vaatwasser.
Sinds kort ben ik in het bezit van een elektrische rolstoel (waarover later meer) en kan ik geruisloos de keuken in rijden, de stoel in de hoge stand zettend, en de potten en pannen controleren Dus kokers opgelet!
Dit zijn de avondmaaltijden. ’s Ochtends, bij het tweede kopje koffie maakt Gerdie een geroosterde boterham met jam voor me klaar. En na het douchen neemt de dagverzorging, Jaap, Marianne of Jessica dikwijls een croissantje van de Marokkaanse bakker aan de overkant mee. Heerlijk, helemaal als de croissant eerst in de koffie wordt gedoopt. Dan, om een uur of  één, volgt de lunch.
’s Maandags  Beentjes (die in zijn lunchpauze mij lunch komt voeren), dinsdags Marianne  die  tevens het beleg en andere levensmiddelen voor de rest van de week verzorgt. Woensdag is de zorgdag van Gerdie, dus die doet dan de lunch.  Donderdag Jessica, die brood meeneemt van Van Vessem (de betere bakker uit Haarlem) en vrijdags Senior , die ook erg van de croissantjes van de overkant houdt. Het weekend is voor Gerdie en mij en sinds de komst van de nieuwe rolstoel kan ik weer heerlijk mee de Dirk in en de markt over.Stamppot_van_marcel
En waarom schrijf ik over eten? Omdat hier gisteren Nienke Denekamp was, die voor Het Parool een serie maakt over thuis eten. Zij heeft dus met mijn instructies voor mij gekookt en gaat daar een stukje over schrijven. Dus koopt allen zaterdag 31 mei Het Parool! Ik ben net zo benieuwd als jullie!

Kitchen and cooking

As most of you will know, I used to be a fanatical cook. But alas, alas, that is no longer feasible. People cook for me now. This may seem rather sad, which of course it is, but it also has some advantages. My diet is more varied than it ever was: from Dutch hotchpotch to Japanese sushi (made by Yoriko). Marcel, an old friend from my high school days, visits every Thursday with a computer print in his back trouser pocket and a Dirk supermarket bag filled with delights. He is the man of the simple Dutch cuisine with the occasional exotic highlight: his spinach pancake filled with salmon is more than delicious! On Wednesday we usually get a feeding-trough from Chris, who used to be both Gerdie’s and my client. On those days he cooks not only for his wife and kids, but also makes a little extra for us. We simply nuke it and have another lovely meal. On top of this there are many others who drop by to prepare delicious meals.
Because it has become more difficult for me to go to the kitchen, I had plastic numbers stuck on the kitchen drawers a while ago. So now I have cupboards 1 through 10 and drawers A, B and C. Whenever someone asks for a lemon squeezer, I shout from the living room: four! And lo and behold: that’s where the person in question finds what he was looking for! It works just as well in the opposite direction, when the dishwasher is cleaned out.
I recently became the proud owner of an electric wheelchair (about which more at a later date) and I can noiselessly drive into the kitchen, put the chair in its top position and inspect the pots and pans. So beware, you cooks!
Those are the evening meals. In the morning, with my second cup of coffee, Gerdie makes toast and jam for me. And after my shower the day carer – Jaap senior, Marianne or Jessica – often brings a croissant from the Moroccan bakery across the street. That’s delightful, especially if the croissant is first dipped into the coffee. This is followed by lunch at around 1 PM.
On Monday I get Beentjes (who visits during his lunch break to feed me lunch), on Tuesday Marianne, who also takes care of the sandwich fillings and other groceries for the rest of the week. Wednesday is Gerdie’s care day, so she does lunch then. On Thursday Jessica arrives with bread from Van Vessem (a posh Haarlem baker) and on Fridays Senior, who shares my fondness of the little croissants from across the street, keeps me company. The weekend is reserved for Gerdie and me. Since the arrival of the new wheelchair we have resumed our enjoyable outings to the Dirk supermarket and the market.
But why do I write about food? The reason is that yesterday I received a visit from journalist Nienke Denekamp, who writes a series on eating at home for the Amsterdam Het Parool newspaper. She cooked for me following my instructions and will write a piece about it. So remember to buy Het Parool on Saturday, May 31! I am just as curious as you are!

mei 22, 2008
By on 12:52